Roel van Duijn

Weimar en Moskou

We legden sluiks een hand op elkaars been, terwijl we richting Weimar rolden. Goedroen aan het stuur, ik kon mijn ogen niet van haar afhouden en was blij haar gezicht in het autospiegeltje te kunnen zien, zodat ze niet merkte dat ik steeds naar haar keek, haar heldere boerinnenhoofd boven haar groenfluwelen jurk met witte kraag. Haar haar werd was nu blond neigend naar rood, zag ik, het kleurde bij de gele roggevelden als een vroege zonsopgang.

‘Kijk, Nordhausen’ zei ze.

‘Nordhausen? Daar was het ondergrondse concentratiekamp. Daar werden de V1’s en de V2’s gemaakt, de raketten die vanuit mijn geboortestad vanuit de duinen naar Londen werden geschoten.’

‘Den Haag’ lachte ze, met een poging tot een harde g. Ze had het als klein meisje in een ook groen majorettepakje met haar ouders bezocht. ‘Sjeveningen, de Pier.’

‘Ja en die raketten werden vanaf hier met de trein naar Den Haag gebracht en dan naar Londen geschoten. En daarom wilde Engeland de bases in Den Haag bombarderen en troffen ze per ongeluk de wijk waar wij woonden, het Bezuidenhout.’ Ik vertelde haar het verhaal.

Maar direct had ik er spijt van. Ik wilde haar niet lastig vallen met het verleden van Duitsland, wat had zij er mee te maken? Lang na de oorlog geboren? En Duitsland was voor mij nu het land dat wél in staat was geweest zijn verleden onder ogen te zien, zo’n weldadig verschil met Rusland, het land van mijn ex-vrouw, waar men immer nog bewondering voor Stalin heeft en maar weinigen nog praten over de ellende van de Goelags, of over de onrechtvaardige, wrede oorlogen die sinds Poetin gevoerd worden.

‘Ja, wij hebben een vreselijk verleden,’ antwoordde ze. ‘maar van die raketten in Nordhausen wist ik niet. Niemand heeft me dat verteld.’

Maar ze kon zich herinneren dat haar grote broer uit Frankfurt thuiskwam met de vraag ‘pappa, mamma, wat deden jullie in de oorlog?’ Ze was opgegroeid met een kazerne vol Amerikaanse soldaten om de hoek en eens was een van die militairen bij haar baas, van de fluitenfabriek, om haar adres geweest maar die had gezegd dat zij reeds ‘in vaste handen’ was. Ze vond het een grappige herinnering, ze vond de Ami’s aardige jongens.

‘Ja, wij hebben heel wat geleerd over de fouten die Duitsland onder Hitler gemaakt heeft,’ zei Goedroen, ‘maar ik weet niet of het genoeg is…’

‘Je hebt gelijk, anders zou Duitsland al eerder, sinds Poetins oorlogen, hebben herkend dat Poetin veel overeenkomst met Hitler toont.’

Langs Goethes tuinhuis gleden we over een antieke brug boven een forellenriviertje Weimar binnen.

MOESTUIN

We wilden de beroemde stad bekijken, zeiden we, terwijl we onze kleren in de L-vormige hotelkamer in de kast hingen. ‘O ja, L van Liebe’ zei Goedroen en in plaats van dat we naar buiten gingen nestelden we ons op het bed. O jee, vreesde ik, als ze maar niet iets van me verwacht dat ik misschien niet meer kan, maar we sloegen onze armen om elkaar heen en ik vertelde haar een droom die ik al gehad had toen we nog mailden.

‘Ik had het gevoel dat ik naar jou toe moest en niet naar die vrouw in Middelburg die ik ook sympathiek vond;’ zei ik, ‘want ik droomde dat ik lang geleden door Duitsland wandelde, met een rugzak. In een dorp liep ik langs een huis waar twee vrouwen in de moestuin aan het werk waren, moeder en dochter. Het was warm en ik vroeg een hen een glas water, de dochter kwam het me brengen, met glanzende armen.’

’En dat was ik’, antwoordde Goedroen, met haar ogen boven de rand van het laken.

Ik lachte. ‘Ja en toen…’

‘Ja wij nodigden jou uit om samen wat te eten, slaatje, frambozen…’

We kletsten onze dromen aan elkaar, dat we al heel lang geleden nader kennis gemaakt hadden, niet lang na het Lucia-feest waarbij zij de prijs van Miss Lucia Wacholder gewonnen had. Het voelde vanzelfsprekend dat ik hier in Weimar met Goedroen was en die stem die zich afvroeg hoe het mogelijk was dat ik hier zo met haar in dit gekke land was, zweeg. Ik weet niet hoe zij zich voelde, maar ik voelde niets dan kussen en strelingen, die ik grif beantwoordde, alle zorgen waren pleite.

‘Kom, het is al bijna nacht en we hebben nog niets van Weimar gezien’ zei ze. We liepen door een donkere steeg, langs kromme straten en ergens brandde nog licht bij een pizzeria. ‘War Goethe auch hier um Pizza zu essen?’, vroeg ik de man bij de oven. ‘Si signore!’

We spraken af niet naar het nabije concentratiekamp Buchenwald te gaan, om de pret niet te bederven.

Goedroen kende de weg terug naar het hotel, zij was vroeger hier al eens met haar vader geweest. Goedroen weet alles hier in Duitsland en zij heeft bovendien veel meer verstand van computers dan ik.

GOETHEHAUS

Omdat ik een scheurtje in mijn broek had, dat ik nog niet had opgemerkt, wilde Goedroen de volgende morgen eerst een nieuwe broek voor mij kopen. ‘Nee geen Lederhosen’ lachte ze. Zelf droeg zij een korenblauwe jurk met fragiele bandjes over de blote schouders.

Eindelijk stonden we voor Goethes heilige voordeur. ‘SALVE’ stond er met grote letters op de drempel, welkom! Ik moest denken aan mijn vader, ook latinist, die een eeuw geleden langs hetzelfde portiek binnengekomen was, in 1922. Korter dan twee eeuwen geleden had Goethe dit huis verlaten, na er een halve eeuw geschreven en verzameld te hebben, maar het was nog in dezelfde staat, vertelde het apparaatje in mijn oor.

‘Zie je hoe mooi,’ stootte Goedroen me aan, ‘dat beeld van Amor en Psyche?’

We knuffelden terwijl ik me van mijn vader herinnerde dat de God van de winden Amor en Psyche bijeengebracht had, Liefde en Geest.

‘Ik herinner me hen van ballet’ zei Goedroen, met een blauwe draai van haar lichaam. ’Pfui, wunderbar!’, fluisterde de suppoost bewonderend. Niet over het melkstenen, neoklassicistische kunstwerk Amor en Psyche, maar over de bezoekster die het waagde de sereniteit van het heiligdom even te doorbreken.

MIJN VADERS KANTOOR

We liepen door de kalkwitte gangen, waar honderden ogen van marmeren en gipsen mensen uit de Oudheid en geportretteerde ogen van duizend jaar later ons gadesloegen, we liepen door ruimtes vol met schelpen, met mineralen, met gesteentes en alles in mahoniehout gevat. Zijn werkkamer, gezellig in notenhout en toch ook streng. De glazen boekenkasten, de grote globe.

‘Weet je waar me dit zo sterk aan doet denken?’, viel me in. ‘Aan het kantoor van mijn vader! Dat stond ook vol. Met kunstvoorwerpen, schilderijen, porselein.’

‘Misschien heeft hij hier ontdekt hoe leuk dat is?’ vroeg Goedroen.

Dat dacht ik ook. Mijn vader had hier zijn ‘Goethe-leven’ uitgevonden, een woord dat hij zelf nooit gebruikt had. Nu begreep ik waarom ik in een soort museum opgegroeid was. Een ontdekking!

Ik draaide haar haar om haar oren en kuste haar. Goedroen kocht voor mij bij de uitgang diezelfde Goethe-buste die mijn vader hier zo lang geleden gekocht had, een handzamer kopie die nu op mijn schoorsteen staat. Ik was verrukt. Nu wist ik eindelijk wie mijn vader was.

‘Hahaha,Goedroen! Zullen we hier in Weimar trouwen?’, grapte ik, oude provo.

Maar nu snel van de liefde naar de oorlog.

VOOR DE WINTER INVALT

Ik honger naar nieuws over het Oekraïense offensief. Hoe sneller het doorzet, hoe eerder de tiran ten val komt. Stel je voor dat de Oekraïense aanval per dag 10 kilometer voorwaarts komt, zowel in het noorden als het zuiden samen, 20 kilometer per dag, dat is in 30 dagen 600 kilometer. Dat betekent bijna de bevrijding van de Donbas (behalve de Krim) nog voor de winter invalt. Ik geef toe, de geschiedenis laat zich niet in een rechte lijn voorspellen, maar toch is het niet onmogelijk. En wat een opluchting, dat die vreselijke brug van Rusland naar de Krim nu onklaar gemaakt is! Geweldig!

Al mogen we de Russen ook niet gaan onderschatten, ze hebben nu nare drones van de Ayatollahs.

Ik houd de adem in.

Ik lees in een interview met een Oekraïense militair, Oleg Sjdanov, dat de Oekraïners het Russische leger in paniek brengen op de manier van Nestor Machno, de anarchistenleider, die in de periode na de eerste wereldoorlog in hetzelfde gebied verrassend succesvol tegen zowel de Witte als de Rode legers streed. Deze tactiek is: zoek de zwakke plekken van de vijand, breek daar met kleine formaties doorheen, val niet frontaal aan maar cirkel om de vijand heen, ga door naar het achterland, val zijn troepen van opzij of van achteren aan zodat de vijand in de war raakt en uit angst om ingesloten te worden op de vlucht slaat. Zo hebben de Oekraïners het bij de bevrijding van de provincie Charkov geflikt.

KADYROV

Poetin staat van twee kanten onder druk. Enerzijds van de tegenstanders van de oorlog en anderzijds van de ultranationalisten, die kritiek hebben op de legerleiding omdat die naar hun zin niet hard genoeg doorhakt.

Gary Kasparov, ex-wereldkampioen schaken en al sinds 15 jaar tegenstander van Poetin, schat de pacifistische vleugel op 10 % van het Russische volk en de oorlogszuchtige wel op 30 %. Die haviken zijn niet alleen groter in aantal dan de duiven, maar ze hebben ook het voordeel dat ze niet onderdrukt worden door de Slang, want in principe heeft hij ze aan zijn kant en hij heeft ze nodig ook. Nu het duidelijk is dat de legerleiding niet goed functioneert en Poetin voor een nederlaag en zelfs zijn leven mag vrezen, roept hij de ultranationalisten te hulp.

Duidelijk teken daarvan is dat hij Ramzan Kadyrov, de moordzuchtige heerser over Tsjetsjenië, zelfs benoemd heeft tot kolonel-generaal, direct onder maarschalk en generaal. Het gaat hier om een man die toeterde dat Rusland zijn kernmacht had moeten inzetten op het slagveld, ‘tactische’ atoombommen. En zijn eigen puberzonen, van 13,14 en 16 jaar, naar het front zegt te sturen.

Een hyperfanaticus. Die een ‘heilige oorlog’ wil, een jihad. Hij is moslim en ik zie in hem een vertegenwoordiger van de Gouden Horde, het middeleeuwse rijk dat de moslim opvolger van het sjamanistische rijk van Dzjengis Khan was.

Ik heb er al eerder op gewezen dat Poetin in veel opzichten doet denken aan Dzjenghis Khan, qua absoluut leiderschap, veroveringswil en uitbreidingsdrang. O ja, wreedheid mag ik niet als overeenkomst vergeten.

MOSKOU

Bij Poetins feestje in Moskou voor de pseudo-annexatie van het veroverde gebied schreeuwde een ongetwijfeld door de Slang betaalde acteur, Ivan Ochlobystin, een oproep tot Heilige Oorlog. Hij gebruikte daarbij de kreet ‘Goida!’, een woord dat in de zestiende eeuw door de geheime dienst en doodseskaders van Tsaar Iwan de Verschrikkelijke, de opritsjniki, werd gebruikt.

‘Goida!’ dat is nu kennelijk het Russische parool, heilige oorlog. Het doet me sterk denken aan de kreet waarmee Joseph Goebbels na het verlies bij Stalingrad in het Berlijnse Sportpalast de zaal opzweepte: ‘Wollt Ihr den totalen Krieg?”

Na de verpletterende nederlaag bleek dit een wanhopige schreeuw van een overspannen waanzinnige te zijn geweest.

Het is spectaculair hoe Poetins positie in augustus nog onaantastbaar leek en nog geen twee maanden later zie ik hem in wanhoop gekken hoge posities geven en wanhoopskreten slaken. Hoe lang nog?

Wat is de belangrijkste ontdekking die Goedroen en ik in Weimar doen en hoe lang kan Poetin zijn spel nog volhouden?

Wordt vervolgd!

FOTO: Amor en Psyche, beeld van Antonio Canova, eind 18e eeuw. De prinses Psyche wordt wakker gekust door Amor, zoon van de liefdesgodin Venus. Psyche was in slaap gevallen onder invloed van een duivelse schoonheidszalf. Goedroen en ik wisselden in Weimar deze rollen met succes.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

De oorlog in oktober 2022: zie de tijdlijn.

In deze aflevering: Vladimir Poetin, Adolf Hitler, Jozef Stalin, Goedroen.

Thema's in de reeks: De oorlog in Oekraïne, Poetin en Rusland.