Roel van Duijn

Russen in Estland

Terwijl Poetin brandsticht in Europa, hopen miljoenen Russen in de Baltische landen dat de Russische opperbevelhebber zijn zegetocht ook daar zal voortzetten.

Hoe is het mogelijk dat mensen zo denken?

In een klein vliegtuigje zweefden mijn vrouw Zjenja en ik langs de bevallige kustlijn van Estland naar de tante van Zjenja. Zij woonde in Tallinn, de oude havenstad uit het Deense Vikingentijdperk. Ik was erg nieuwsgierig naar tante Galina en Estland en had Zjenja al de oren van haar hoofd gevraagd. Tante was in de jaren zestig verhuisd naar Tallinn, met man en kinderen.

Zoals velen die door Stalin en zijn opvolgers daarheen gelokt werden, dubbel verdienden ze er. De bedoeling was om door Russische emigratie Estland steviger te verankeren in de Stalins rijk, nadat het Baltische landje tussen de wereldoorlogen onafhankelijk was geweest.

We stapten uit de bus in het centrum. ‘Av-to-bus-si-jaam’ las Zjenja verbaasd, bushalte. Verrukt zagen we de middeleeuwse torens van de Duitse kruisridders die in de latere middeleeuwen hier een fort en later zelfs Hanzestad hadden gemaakt. Om ons heen hoorden we mensen in de spectaculaire taal spreken.

DE WACHTKAMER

De dochter van tante, Kaja, wachtte ons blij op en nam met een andere bus ons mee naar een minder romantische buitenwijk. In een sovjetflat omhelsde Zjenja tante Galina, sinds de val van de Sovjetunie hadden ze elkaar maar zelden gezien. Blond knuffelde grijs. Mijn vrouw had Kaja voor het laatst ontmoet toen zij nog kinderen waren. Tussen de Estse hoofdstad en Nizjni Novgorod liggen een kleine duizend kilometers.

Na de koffietafel waagde ik het te vragen hoe het hen hier in Estland bevalt. In de kaasfabriek waar zij werkte en meer in het algemeen in zo’n splinternieuw land dat sinds 1991geen Rusland meer is.

Sombere gezichten. Kaja fluisterde dat het er helemaal mis is. Waarom?

Hard werken, ‘s nachts zorgen dat de kaas op tijd naar Helsinki vaart. Weinig verdienen en het ergste: wij Russen komen er niet aan te pas. De goede banen gaan naar Esten en wij zitten in de wachtkamer. Uit de TV komt op de achtergrond Vremja, het Russische nieuwsjournaal. We horen een commentator zeggen dat Estland nu eenmaal een hopeloos fascistennest is.

“Begrijp je het nu?’ vroeg tante. Zij sprak nog steeds geen Estisch, tot ontzetting van Zhenja. Zijzelf heeft toch ook snel Nederlands moeten leren spreken?

Ik begreep tante niet, wat bedoelde zij met die ‘wachtkamer’?

We gingen naar het paleis van Peter de Grote, een klein Versailles. Grote Peter heeft Estland veroverd, maar het later wel autonomie gegeven. Dat hij een homoseksuele verhouding had in Zaandam en dat een Engelse tijdgenoot. Edward Rigby, hem door een sleutelgat bezig had gezien met vriend Aleksandr, dat vertelde ik tante en Zjenja maar brutaal, maar tante Galina weet niet wat homoseksualiteit is. Zjenja legde het haar met zachte stem uit en tante Galina’s mond lachte onder haar zonnebril. Moet een grapje zijn, meende zij.

Thuisgekomen las ik trouwens dat Peter later anaal geslachtsverkeer tussen mannen verboden had, maar alleen in het leger. Ik bespaarde het mijn gezelschap.

DE GEHEIME KGB-CENTRALE

Het voormalige commandocentrum van de Russische geheime dienst KGB bezochten Zjenja en ik, op de bovenste verdieping van het hoogste hotel, ‘Viru’.

Nu een staatsmuseum, waar Estland een van de tastbare bewijzen van de onderdrukking door de Sovjet Unie laat zien. De rondleidster vertelde smalend hoe de Russen er bijna drie jaar lang niet in slaagden een zó hoog hotel te bouwen, tot zij een Fins bedrijf de opdracht gaven. In 1972 stond het er, in Breznjevs tijd. De kamers van de KGB zijn precies zo gelaten als zij destijds waren.

Vreemdelingen die de stad bezochten werden allen in dit hotel gestopt en in alle kamers waren microfoons, die boven werden afgeluisterd. Op de 23e verdieping. ‘Hier is niets’ kregen gasten die daar per ongeluk uit de lift stapten te horen. Gelegenheid tot martelen was er wel.

Zo wist de KGB precies waarover vreemdelingen spraken en konden zij de Sovjetambassades in Stockholm n Helsinki goed op de hoogte houden via radiogolven.

‘Dik voor elkaar!’ hoonde de rondleidster.

Wij moesten erom lachen, ook mijn lieve Zjenja. Maar de volgende dag ontmoetten wij Dima, de man van Kaja. Toen was het uit met de pret.

Toen het KGB-hotel aan de slag ging, was Poetin nog een in het nabije Leningrad en droomde van een carriere binnen de KGB, waar hij spoedig een begin mee zou maken.

Maar nu , wij inTallinn, was het 2009 en de KGB heette al lang FSB. Federalnaya Sloezba Besopasnosti.

Wereldkampioen schaken Gary Kasparov organiseerde, terwijl wij in Tallin waren, demonstraties tegen Poetin, die inmiddels al lang en breed in het zadel zat. De Joodse schaker deed het samen met ‘nationaal-bolsjewisten’ en anderen. De liberale Jabloko partij deed op een bepaald moment niet met hem mee, omdat Kasparov ook rechtse oppositie liet meedoen. De grote demo’s voor een ‘Rusland zonder Poetin’ moesten nog komen. De vooruitziende schaker werd tijdens een van zijn betogingen door een als voorbijganger vermomde FSB-man met een schaakbord op zijn hoofd geslagen.

GENERAAL PETROV

Bij ons afscheid nodigden wij Kaja en vriend Dima uit voor een etentje. Dima zou ons met de auto komen ophalen.

Terwijl de beide nichten en ik in afwachting een tijdje buiten stonden te praten ontdekte Kaja verrast Dima’s auto, dichtbij ons geparkeerd. Vreemd genoeg moet hij ons wel een kwartier verborgen hebben gadegeslagen, zonder uit te stappen of tenminste even te toeteren. Hij was een man van middelbare leeftijd, onopvallend en naar hij zei werkloos. We reden door de omgeving van de stad en hij wees ons trots op bepaalde plekken die weemoed bij hem opriepen.

“Kijk hier was een Sovjetbasis voor de SS-22 raketten!”

Ik vertelde hem van ons bezoek aan het voormalige KGB-hoofdkwartier. “Ach ja” kaatste hij terug, ‘maar spioneren doen jullie ook hoor.” Ik vertelde hem dat ik inderdaad dertig jaar door onze brave BVD begluurd was, maar dat ik als gevolg daarvan nooit in een Goelag was beland. Dat betwijfelde hij.

Dima behoort tot het grote Russische volksdeel in Estland, dat het moeilijk kan verkroppen dat de Russen niet meer de toon aangeven in ‘hun’ land. Op een ochtend In 1991 zijn zij ontwaakt in een staat waarin zij het plotseling niet meer voor het zeggen hadden. Ests kent Dima slecht en hij vindt het niet nodig het te leren. De Russische TV volstaat en alle buren spreken ook zijn taal.

Maar wat is dan je toekomst? vroeg ik.

‘Wij wachtrn op de terugkomst van het Russische leger.’

Maar daar is toch geen zicht op?

“Jawel antwoordde hij, ‘generaal Petrov werkt eraan.’

Wie generaal Petrov is, wist ik niet, maar Dima des te meer en hij rekende op hem. Kasparov was volgens hem een ‘provokator’. En hem duidelijk maken dat provo’s soms iets goeds in de zin hebben, zoals de provo’s die wij waren, dat ging er bij hm niet in. Hij hield zich in om het weerzien voor zijn vrouw niet te bederven en beperkte zich tot schimpscheuten tegen de EU.

Kom toch ook eens bij ons in Amsterdam logeren, zeiden wij bij het afscheid.

Dima’s knikje was verplicht.Ik voelde me niet lekker.

Nu ik hier schrijvend aan terug denk en vergeefs gegoogeld heb naar de naam van de generaal die Dima genoemd had, kom ik eindelijk tot de conclusie dat Dima met ‘Petrov’ niemand anders dan Vladimir Poetin bedoeld heeft, een pseudoniem om zich - en ook de Russische president - niet bloot te geven. En wat voor bezigheden had Dima eigenlijk, in al die mokkende, schijnbaar ledige jaren?

Hij hield zich met politiek bezig, antwoordde hij.

ATOOMRAKETTEN

Hoe dan ook is ‘Petrov’ werkelijk gekomen, voorlopig in Oekraïne. Dima zal het met blijdschap via de Russische TV gezien hebben en hopen dat zijn generaal nu ook snel in Estland binnenvalt.

Ik stap naar de TV, zie kapotte flats in Kiev. Ik huil bij het zien van de vluchtelingenstromen langs de weg. En ik juich als ik de kwieke Zelinski het Russisch volk tot opstand zie oproepen en ik klap in mijn handen bij het zien van burgers die de kunst van het maken van Molotow cocktails beoefenen.

Er zijn oorlogen waarin men iets goeds kan zien, bijvoorbeeld die tegen onderdrukking. Maar Poetins oorlog is in alle opzichten een immorele, boosaardige geweldsuitbarsting.

Nu wachten Dima, Kaja en hun tante op hun ‘bevrijding’. Samen met de andere Russen in Tallinn, bijna de helft van de bevolking. Of in gun woorden, op generaal Petrov en zijn denazificatiecampagne in Estland.

En nu hoor ik dat generaal Petrov bevel heeft gegeven zijn ATOOMRAKETTEN op scherp te zetten. Lukt het hiermee Poetin om Oekraïne in zijn greep te krijgen?

Wordt vervolgd!

27 februari 2022

Foto: Een van de werkkamers van de KGB in het museum in Tallinn, hotel Viru

Afbeelding bij ‘Russen in Estland’

De oorlog in februari 2022: zie de tijdlijn.

In deze aflevering: Vladimir Poetin, Jozef Stalin, Zjenja.

Thema's in de reeks: Poetin en Rusland, De oorlog in Oekraïne.