Soldaat van Zelenski
Vanaf dag 1 heb ik oorlogskoorts. ‘Alarm! Organiseer het verzet!’, schreef ik toen Poetin op de vierentwintigste februari zijn oorlogsrede uitsprak. Sindsdien word ik ‘s ochtends wakker met honger naar het frontnieuws en als ik het niet vind loop ik met knagende buik.
Of ik krijg slecht nieuws, dat het leger van de tiran ergens doorgebroken is, dan zit ik met buikpijn te vlassen op een tegenoffensief van de Oekraïners. Komt dat, dan ben ik niet gauw tevreden. Het luchtte me op dat de Russen voor Kiev in mootjes gehakt werden, maar het ging me niet snel genoeg. ‘Mep ze eruit, achtervolg ze!’, riep ik, maar de griezels kregen de kans om nieuwe smeerlapperij uit te broeden.
Als ik mensen zie, hier in het Duitse dorp of in Amsterdam, wil ik ze ervan doordringen dat daarginds een beslissende slag giert en knalt. Ik krijg een knikje en dan wordt de oorlog weg geklikt.
We keken naar een documentaire over de schrijfster Renate Rubinstein, waarin het weer duidelijk werd dat het Nederlandse volk tijdens de bezettingsjaren grotendeels passief bij de Jodenvervolging toegekeken had.
‘Ja, verschrikkelijk’, vond mijn bezoek. ‘Maar dat doen we nu ook!’, riep ik, ‘mensen begrijpen niet dat Oekraïne de dijk is die ons tegen Poetins zwarte vloed beschermt. Dat we door onwaarheid bedreigd worden. En hij wordt gesteund door China dat ons kapot wil.’ ‘O’, zegt het bezoek, ‘het houdt je nogal bezig he?’
Ik voel mij eenzaam. Omdat niet iedereen aan onze kant wil staan. Stáán. Aan de kant van de mensen die een eerlijke, open samenleving het allerhoogste goed vinden.
KUN JE NIET EENS OVER IETS ANDERS PRATEN?
Waarom is het zo gênant voor mensen als zij mij zó horen? Vertel mij toch eens waarom ze ondanks alles liever doorgaan met wat ze al deden voor ‘t oorlog werd.
‘Nou ja’, zeggen ze mij, ‘het is hier geen oorlog toch? Het is toch ergens tussen twee corrupte verre landen. Ja, het is natuurlijk verschrikkelijk wat daar gebeurt, maar is de oorlog in Jemen niet even erg?’
En daarna gaat het over het eten, over de vakantie of als je geluk hebt over muziek.
Ik voel me alleen. Ik sta op en zeg: ‘begrijpen jullie dan niet dat een grote slag, midden in Europa, tegen een dictatoriale atoommacht iets heel anders is dan een randoorlog zomaar ergens?’ Ze geven me gelijk maar het verandert niets aan de passiviteit. Aan het gedrag dat hoort bij het loochenen van oorlog, massamoord en bezetting.
‘Kun je over niets anders praten?’, hoor ik.
Nee, ik kan niet over iets anders praten. Zo bezeten als door vers liefdesverdriet ben ik.
Wat me toch licht aan het eind van de oorlogstunnel geeft is als ik doe wat mijn taak is. Stukjes als deze schrijven, om mensen in te lichten over wat er zich afspeelt. Hoe de oorlog gekomen is en wat we kunnen doen opdat het lot een betere wending krijgt.
Het zijn stukjes van m’n hart, die stukjes. Ze rollen als een lawine kiezelstenen, onderweg stoten ze op andere steentjes en die brengen weer andere aan het rollen. Ik vind het heerlijk om commentaar te krijgen, dat stilt mijn honger naar contact over de stinkende oorlog.
ONTBIJTGESPREKKEN OP ZONDAGOCHTEND
Mijn eenzaamheid over deze oorlog heeft een geschiedenis.
Ik herinner mij hoe Zjenja en ik naar de televisie keken naar de woedende menigte op het Maidan plein en ik mijn bewondering uitte voor de volharding van de opstandelingen tegen de Berkut, de politie van de toenmalige president Janoekovitsj, vertrouweling van Poetin. Janoekovitsj had zojuist besloten tot een draai: het lang voorbereide Associatie Verdrag met de Europese Unie wilde hij plotseling niet meer ondertekenen, nee, hij gaf de voorkeur aan de poen die Poetin bood. Het was zes jaar nadat Poetin tegen Jaap de Hoop Scheffer gezegd had dat Oekraïne ‘just a territory’ was, niet een staat. Veel Oekraïners begrepen dat dit de inleiding was naar nieuwe Russische overheersing en balden de vuist.
‘Goed he? Dat ze zo volhouden!’, zei ik bij het ontbijt met spinaziebrood enthousiast tegen mijn Russische vrouw. Het was de stille zondagochtend, dan hadden we lange gesprekken terwijl de kat om kaas bedelde.
Zij antwoordde dat zoiets gewoonlijk neergeslagen werd, maar toen ze Janoekovitsj hadden weggejaagd bracht ik mijn enthousiasme weer bij haar terug. ‘Zie je nu wel!’ Ook toen al schreef ik mijn stukken. Vaak voor Trouw, ‘Oekraïne verdient onze solidariteit’ en na de Russische verovering van de Krim en de Donbas: ‘Oekraïne in de NAVO’.
Zjenja was het met me eens en vond het leuk voor me dat ik iets had om vurig over te zijn, maar voor haar betekende het minder.
Na het ontbijt hoorde ik haar in haar telefoongesprekken met haar kinderen Oekraïne niet aanroeren. ‘Waarom niet?’, vroeg ik. Nu drong het tot me door dat het voor een moeder niet iets was waarover je een standpunt diende in te nemen.
Haar telefoongesprekken met de kinderen waren partijloos. Zoals toen er eens een demonstratie was in Nizjni Novgorod, haar stad, tegen de fraude bij de presidentsverkiezing. Haar kinderen hadden haar geantwoord dat dit gedoe op het Gorkiplein iets van homoseksuelen was geweest, schandalig dat zoiets in het centrum van de stad gebeuren kon. ‘Heb je dan niet gezegd dat dit valse berichtgeving is?’ vroeg ik.
Ach nee het was eenvoudig om te lachen, zo’n gek misverstand vond zij. Dat stelde me teleur, stonden we dan niet samen voor rechtvaardigheid en moraal?
MENINGSVERSCHIL WEGLACHEN
Volgens haar stonden we in de eerste plaats voor goede verhoudingen met de kinderen. En dan moet je storende verschillen van mening liever weglachen.
‘Moeten we ook gaan geloven wat ongeïnformeerde kinderen geloven?’ vroeg ik.
‘De MH17 stortte neer, de lijken vlogen in het rond. Zie je nu, de Russen hebben dit gedaan, zij hebben gedacht dat het een Oekraïens vliegtuig geweest is.’ ‘Ja’, antwoordde Zjenja. En in een telefoongesprek had zij zowaar gezegd dat bij het ongeluk bijna 300 Nederlanders dood waren gevallen. ‘Ja, maar het was geen ongeluk’ zei ik, ‘het is een gevolg van de oorlog van Rusland in de Donbas, waarom vertel je je kinderen dat niet?’
Daarop kwam geen antwoord en ik voelde mij niet begrepen. Alleen in mijn utopie, over een gemengd huwelijk als politieke schakel tussen bevriende en hopelijk democratische volkeren. Op het eerste huwelijk van haar dochter, met de zoon van de man die Stalin speelde, was er weer zoiets. Op de dansvloer vormde zich een kring, met het bruidspaar in het midden, die tot mijn verbazing ’Rossiya, Rossiya’ scandeerden. Rusland, Rusland! ‘Maar waarom Rusland’, vroeg ik, ‘de staat heeft toch met liefde niets te maken?’ Ik riep: ‘Niederlande, Niederlande.’ En dat nam de dansende kring over.
Ik voelde even opluchting, maar die zakte. Wat had welke staat dan ook ermee te maken? Ze hadden ‘lljubov, ljubov, ljunov’ moeten scanderen. Liefde, liefde, liefde!
EIGEN RIMBOE EN TAMTAM
Er is een vriendin in wie ik me herken. Zij kan bijna aan niets anders denken dan aan de verschrikkingen die de despoot aanricht en hoe hij zo snel als mogelijk opkrast. Haar website staat vol berichten over de oorlog, de bombardementen en verkrachtingen, de verborgen listen en lagen. Ze doet ook de dingen waar ik niet aan toekom: vluchtelingen halen en onder dak brengen. Als ik haar zie denk ik: kon ik maar zo zijn. Maar wat gebeurt er als ik haar wel eens spreek?
‘Denk je ook wel om je zelf?’ vraag ik haar. ‘Houd je er wel rekening mee dat je een mens bent, en niet door moet draaien? En dat het heel gezond is om regelmatig frisse lucht te happen?’
Aan haar valt het mij op dat ik niet de perfecte soldaat aan de zijde van Zelenski ben als ik me niet tegelijk ook wijd aan mijn eigen rimboe en tamtam. Zij is wel de ideale strijdster, want het blijkt dat zij driemaal per week tennist en als het even kan met haar nichtje op schoot zit.
OORLOGSMOEHEID EN EENZAAMHEID
Ik zag tussen de zandzakken in Kiev het roerende interview van Mariëlle Tweebeeke met Zelenski, de man die ik stiekem als mijn president beschouw.
Hij stelt zich ten doel het Russisch leger terug te dringen naar de grenzen van de dag waarop Poetin zijn gruwelijke overval pleegde. Als Oekraïne dat lukt, betekent dat een zware nederlaag voor Poetin en dan vermoed ik dat ik mijn weddenschap win: dat hij voor het eind van het jaar afgaat. Maar als het Oekraïne niet lukt om te verhinderen dat Rusland een brede strook langs de Zwarte Zee verovert, inclusief Loehansk, Donjetsk en Cherson? Wat zij al bijna veroverd hebben?
Dan zal het niet zijn wat Poetin voor ogen stond toen hij zijn geweldsorgie begon, maar wel iets waarover hij pochen zal dat hij zijn doel haarfijn heeft bereikt. De bevrijding van zoveel Russen die op het randje van genocide door de neonazi’s leefden!
Dan moet ik bibberen voor het verlies van mijn weddenschap. Behalve als Poetin aan ziekte bezwijkt. En nu beroepsleugenaar Lavrov officieel ontkent dat Poetin ziek is stijgt de kans dat de geruchten over een dodelijke ziekte waar zijn.
Mijn weddenschap hangt ook af van de oorlogsmoeheid, waarvoor Zelenski waarschuwt. Het gevaar dat de oorlog ons, het westerse publiek, gaat vervelen omdat de partijen elkaar blijven bekogelen zonder dat er ‘iets gebeurt’. Zoals gedurende de acht jaar dat Rusland (‘de separatisten’) en Oekraïne elkaar vanuit loopgraven beschoten.
Hebben we dit verwende stadium al niet bereikt? Volgens mij wel. Verslapping van de steun aan de bedreigde dijk kan het gevolg zijn. Ik zoek mijn regiment: het Regiment Bestrijding Oorlogsmoeheid.
Wat is het beste middel tegen oorlogsmoeheid?
Wordt vervolgd!
Foto: Roel op zoek naar zijn regiment
De oorlog in juni 2022: zie de tijdlijn.
In deze aflevering: Vladimir Poetin, Volodymyr Zelensky, Sergej Lavrov, Jozef Stalin, Zjenja.
Thema's in de reeks: De oorlog in Oekraïne, Poetin en Rusland.