Roel van Duijn

Liefde en oorlog

Bij mijn eerste bezoek aan Nizjni Novgorod was ik verdwaald tussen de Chroesjtsjovka’s, de grauwe woongevaarten uit de tijd van Chroesjtsjov. In het Servo-Kroatisch vroeg ik mensen onhandig de weg naar Zjenja’s ‘Blok’, maar verwarde het nummer van haar Kwartira (flatje) met dat van haar Blok. Hoe kon ik haar terugvinden?

Tot mijn oog op een kindertekening viel, die ik in een weggezakte stoep herkende.

Met wit krijt stond er in een hart: ‘KISA JA TEBJA LJUBLJU’. Die woorden waren me opgevallen en ik had me voorgesteld dat een jongetje daarmee een meisje uit dat Blok zijn liefde had verklaard. ‘Ik houd van je, Kisa’. Kisa. Ik stelde me Kisa voor als een schoolmeisje, van de leeftijd die ik had toen ik eens voor het huis van een blond paardenstaartje stond te popelen, Een jaar of tien was ik toen.

Nu wist ik het, ik stond voor de ingang van Zjenja’s flat.

Toen ik eindelijk achter haar zwaar vergrendelde metalen deur stond lachte Zjenja Michailovna me uit. Ze legde me stralend uit hoe ik haar Blok makkelijk herkennen kon. Het asfalt pad tussen de modder was smaller dan bij de andere blokken, omdat de aannemer het budget grotendeels in eigen zak gestoken had, nadat hij de gemeentelijke opzichter de verschuldigde omkoopsom betaald had.

‘Ken jij Kisa?’, vroeg ik verwachtingsvol.

‘Wie bedoel je?’ vroeg ze. Ik vertelde haar van de stoeptekening en zij lachte. ‘Dat betekent ‘Visje’, ieder die jouw geliefde is.’ Ze sprong op me, haar benen om mijn middel, haar neus tegen de mijne.

Zij was zwart als mijn zus Lucie, anders dan ik me de blonde Kisa van de jonge tekenaar had voorgesteld, maar toch was Zjenja echt mijn Kisa, mijn lieveling. De werkelijkheid overtrof de fantasie.

We hadden een heerlijke tijd in haar flat, lekker alleen. Haar oom Pjotr, die de na de dood van Zjenja’s vader bij haar en haar moeder was komen inwonen, had ze naar de datsja gestuurd. Goed voor hem, dan had hij weer eens fris drinkwater. De vloeistof die hier uit de kraan kwam deed me denken aan een thee van chloor en urine. Eerst filteren, daarna koken en hopen maar dat je er niet ziek van werd.

De staat heeft zijn geld voor andere dingen nodig, zei Zjenja diplomatiek. Lastig was wel dat je elke drie maanden een nieuw filter moest kopen en je dat echt niet vergeten mocht, op straffe van diarree of erger. Oom Pjotr liet zich graag vanuit het dorp van de datsja door een buurman met een vrachtwagentje naar huis brengen. Op de laadbak stonden dan grote containers met bronwater, die een voor een over de stenen trap van het Blok omhoog werden gesjouwd.

DE RINGEN

We aten samen gezellig in het keukentje. Er was een fornuis en een ladekastje voor bestek en servies, waarop we de borden zetten. De thee werd mij aangereikt uit haar lieve handen, zodat ik vergat dat het uit de kraan kwam.

Zjenja had hier haar hele leven gewoond. In de kasten stonden nog weckflessen met paddenstoelen en tomaten die zij als meisje had gemaakt. Haar oom paste wel op om iets weg te gooien, met alcohol was hij behendiger dan met eten bereiden. Hij was een gepensioneerde administrateur die bij de politie gewerkt had om vergunningen uit te typen. Een van die banen, net als opzichter, politicus, dokter of ambtenaar, die als aanlokkelijk gold, omdat je je dan cadeautjes kon laten geven door ongeduldige aanvragers. Een 'kormusjka' heet zo'n baan, een voederbak.

In elkaars ogen zagen Zjenja en ik de toekomst.

Door een kristallen deur betraden we een glanzend pand binnen en stonden we tussen de gouden trouwringen, uitgestald in de ‘ювелирном магазине’, de juwelierswinkel. Op de hoek van een straat in het centrum, tegenover een winkel waar je witte dameshandschoenen kon kopen en doorzichtige trouwjurken.

Mijn ogen dwaalden tussen het ranke, ronde goud, gestoken in zwartfluwelen houders. Achter de toonbank stond een vrouw met gouden haren die me een ondeelbaar ogenblik deed twijfelen of een zwartharige wel de juiste keuze was.

Zjenja vond zilver ook goed, maar ik ging voor goud. Toen we onze keuze gemaakt hadden, ja goud, vroeg de verkoopster welke inscripties er aan de binnenkant gegraveerd moesten worden.

‘Kisa’, flapte ik eruit. Dat sloeg op haar, Zjenja, mijn proestende bruid. En zij koos ‘Galoeptsjik’, tortelduif, haar vliegende Hollander.

INTERNATIONAAL HUWELIJK

Wij hadden lange wittebroodsjaren, grotendeels in Amsterdam. We verbouwden mijn huisje, zij deed alle inburgeringsexamens, kreeg een paspoort zodat ze er drie had. Twee Russische (een voor het binnen- en een voor het buitenland) en een Nederlands. Zij solliciteerde en kon bij de RABO in de Van Baerlestraat het werk voortzetten dat zij vroeger, in Russisch termen, ook gedaan had. Wat mij zo aangenaam verraste was dat je ook met iemand die een contrasterend karakter heeft ook goed kunt samenleven, omdat je elkaar aanvult en er altijd iets is om je over te verbazen. Zij secuur, ik vliegend; zij van de cijfers, ik van de letters; zij familie gebonden en ik vergadertijger. Maar wat zou het?

Het was mijn ideaal dat internationale liefde een politiek wapen tegen nationalisme moest zijn. Hoe meer gemengde huwelijken, dacht ik, hoe kleiner de kans dat de staten waaruit de partners komen vijandig tegenover elkaar staan. Ons huwelijk zou als een bruggetje moeten bijdragen aan de ontspanning tussen Rusland en het Westen, vond ik. Door gesprekken zou over en weer begrip groeien.

Dacht ik!

HETE OORLOG

2014, in dat jaar veranderde de wereld. Het was tien gelukkige jaren na onze dolle kennismaking op het vliegveld Sjeremetjevo bij Moskou.

Na de Maidan-revolte, waarbij de pro-Russische president Janoekovitsj de benen nam, heeft Poetin een nieuw tijdperk gestart. Niet een nieuwe Koude Oorlog, maar een versluierde, in temperatuur stijgende Hete Oorlog. De Russische bezetting van de Krim, die door velen werd vergoelijkt, maakte mij spinnijdig. Kan dat zo maar, een deel van een ander land inpikken? En Zjenja was het met mij eens.

Maar in het gesprek met haar kinderen in Nizjni Novgorod hield zij haar mening achter, bang dat die de kinderen zou afschrikken. Of dat zij haar verraderlijk zouden vinden.

En heel snel daarop brak het geweld in de Donbas los, het Russische leger schoot de Oekraïense grensposten overhoop om vrije toegang te hebben voor de ondersteuning van de separatisten. Op mijn kamertje boven keek ik dagelijks naar het verloop van de frontlinie.

‘Hoe is het mogelijk, het Russische leger breekt daar met geweld in en in Rusland zwijgen de mensen daarover!’, riep ik naar Zjenja. Zij moest daar ook niets van hebben.

VERTEL HET JE KINDEREN

‘Maar vertel het je kinderen dan’, drong ik aan. Wij moeten toch in Rusland de waarheid verspreiden en geen genoegen nemen met de propagandapraatjes op de televisie?

Propaganda, dat waren de dagelijkse verhalen over folteringen van Russischtalige omaatjes door het Oekraïense leger. Bij ons eerstvolgende bezoek werden we afgehaald door dochter Vera, die nog mooier leek te zijn geworden, in het gezelschap een nieuwe vriend, en zoon Sergej met zijn hond. En wat toonden zij triomfantelijk op de voorruit van hun auto? Het oranje-zwarte Sint-Joris lintje, het symbool voor Russisch patriottisme en sinds kort het embleem van de militaire actie in Oekraïne, het was wat nu de sinistere ‘Z’ is. Poetins hakenkruis.

‘Zeg jij er nu eens wat van’, drong ik aan. Zjenja zweeg. Ze gaf me een por onder de feesttafel. ‘We zijn op vakantie.’

Zjenja was moeder, moeder, moeder. ‘Nou ja’, zei ik, toen we samen in bed lagen, ‘een moeder heeft toch ook de taak haar kinderen niet alleen materieel bij te staan, maar hen ook te leren over de waarheid? Zij moet hen toch ook uit het web van leugens proberen te houden?’

‘Ja’, antwoordde zij.

De MH17 stortte neer. Het werd al snel duidelijk dat dit het werk van het Russische leger was, in nauwe samenwerking met de separatisten die zich steeds minder onderscheidden van Russische Russen. Ik probeer Vera via de beeldtelefoon het drama uit te leggen, vanuit Amsterdam. ‘De schuld van het Russische leger? Welnee’, antwoordde zij, ‘dat hebben de Oekraïners gedaan.’ Had ze zelf gezien op de televisie.

‘Zjenja, leg jij het haar alsjeblieft uit!’ en ik stopte haar de smartphone in haar hand. Maar nu ging het over iets anders. De zoon had op de pof een nieuw televisietoestel gekocht en de termijnen niet betaald, waardoor hij boete op boete kreeg. Of wij even konden bijspringen.

De MH17 werd voortaan vermeden, De Krim en de Donbas bleven voor mij in Rusland gespreksonderwerpen, maar Zjenja liet ze liever liggen, evenals de moord op Nemtzov in 2015, die zij zelf als een heel positieve man had ervaren toen hij nog gouverneur van Nizjni Novgorod was. Haar zoon vond hem waardeloos en haar dochter meende dat de Amerikanen hem vermoord hadden. En de aanslagen, fake processen tegen Navalny, waren steeds opnieuw gespreksexplosieven, waarbij ik vergeefs een beroep deed op haar overtuigingskracht in Rusland.

‘Het gaat om de kinderen’, zei ze weer.

Ik herhaalde dat voor de kinderen – al volwassen trouwens- de waarheid ook van belang is, waar zij mij weer gelijk in gaf, zonder dat dit iets veranderde. Ze bleef erbij dat zij van haar zouden vervreemden als zij hen onnodig tegenspreken zou en dat was het belangrijkste. Soms hoorde ik haar woordloos iets beamen als haar kinderen iets zeiden waar zij het in Amsterdam mee oneens was en ik gokte maar vertwijfeld dat deze wisselvalligheid hoorde tot een voor mij nog ondoorzichtige laveerkunst om in een veilige haven te komen.

EEN IDEAAL BOTST

Het werd taai.

Taai om steeds weer dit gesprek met haar te voeren, zodat ik het op den duur ook wel eens liet liggen. Hopend op betere tijden. Op vrede in Oekraïne in de eerste plaats, dat zou de verhouding tussen Rusland en mij ontlasten. En dat zou dan ook de verhouding tussen haar kinderen en mij soepeler maken.

En vooral tussen Kisa en haar Galoeptsjik.

Hoe heter de oorlog, hoe heter het meningsverschil tussen haar en mij zou kunnen worden. En ik voelde de botsing van mijn ideaal van het huwelijk als internationale brug en zij had angst voor vermindering van het contact tussen haar en haar kinderen.

Op een dag vroeg ik haar: ‘wat doen we als de oorlog in de Donbas een grote oorlog wordt? Zwijg je dan nog tegen je kinderen en hoe overleeft ons huwelijk dat?’

Wordt vervolgd!

Foto: Venus en Mars, een schilderij van Sandro Botticelli, omstreeks 1485. Mars, de oorlogsgod, is na seks even in slaap gevallen, Venus, de liefdesgodin, kijkt gelukkig. Maar in de geschiedenis van Zjenja en Roel zou Mars helaas niet lang slapen.

Afbeelding bij ‘Liefde en oorlog’

De oorlog in juni 2022: zie de tijdlijn.

In deze aflevering: Vladimir Poetin, Aleksej Navalny, Zjenja.

Thema's in de reeks: De oorlog in Oekraïne, Poetin en Rusland.