Russische vrouw
(vervolg van Oorlog?)
Op een zomerdag in augustus 2005 vloog ik naar Moskou, bloedzenuwachtig. De dagen voor mijn vertrek had ik zonder succes het toilet bezocht. De passagier naast mij merkte het en informeerde waarom ik klappertandde en wat het doel in van mijn reis was.
“Mijn aanstaande vrouw voor het eerst ontmoeten”, antwoordde ik. Zij en ik hadden een paar maanden gemaild en spoken waren mij beslopen.
Toen het toestel op het plaatbeton van vliegveld Sjeremetjevo hupte, voelde ik me alsof elk moment een geheim agent aan mijn mouw trekken kon. En hoe zuur is de kans dat een vrouw die je alleen via bijschriften van foto’s kent, oog in oog met haar slechts het product van je verlangens blijkt? Ik rilde.
Hoe gevaarlijk is Rusland eigenlijk?
Ik wilde alles weten, nog meer dan gewoonlijk.
POETIN
In februari 2022, nu Poetins leger als een strop om de hals van Oekraïne knelt, denk ik terug aan die dagen van vervlogen hoop.
Zonnig was de horizon in die jaren in het begin van de twintigste eeuw. Rusland had een democratische grondwet gekregen, waaraan Nederlandse juristen hadden bijgedragen. Eindelijk samenwerking met Rusland!
In Brussel was het gigantische land een gezien lid van de NATO Raad. In Leningrad, dat nu weer Sankt Peterburg heette, was een wetenschappelijk instituut voor Neerlandistiek opgericht. En een toenemend aantal Russische vrouwen vloog in de armen van westerse mannen, bijvoorbeeld in de mijne.
Poetin stond bekend als een man die vloeiend Duits sprak en het graag goed had met het westenU. Dat Vladimir zich eens had laten ontvallen dat de val van de Sovjet Unie de grootste geopolitieke ramp van de twintigste eeuw was, zag ik als een nostalgisch grapje. Hij was soms een beetje ruw in de mond, zoals bij zijn one liner dat het Russische leger het verzet in Tsjetsjenië “door de plee’’ zou trekken. Ik wantrouwde hem om zijn vorige leven als KGB spion in Duitsland maar hoopte toch dat hij ongemerkt een beetje van de Europese cultuur was gaan houden.
Het land herrees als een Phoenix uit het radioactief afval van Tsjernobyl. In mijn enthousiasme stelde ik zelfs eens ludiek voor dat Nederland Rusland het aanbod aan zou kunnen doen om lid te worden van de Russische Federatie. Was onze hoop op een goede relatie met Rusland toen irreëel?
EERSTE CONTACT
Ik herinner me wel dat er al in de eerste tijd van mijn mail contact met Zjenja zorgen waren over de grofheid waarmee Tsjetsjenië werd aangepakt.
Poetin, die op de eerste dag van de nieuwe eeuw gepromoveerd was van hoofd van de geheime dienst FSB tot president, moest onderhandelen in Tsjetjsenië, raadde de EU hem aan. En niet in puin gooien. De EU bracht haar zorgen beleefd over, want in 1997 hadden de EU en Rusland een ‘partnerschap- en samenwerkingsoverenkomst’ gesloten. Er bestond een gemeenschappelijke raad voor samenwerking. Er was een ‘gemeenschappelijke economische ruimte’ gepland. Het idee om het partnerschap met Rusland ‘in dialoog tot ontwikkeling’ te brengen dempte de kritiek.
In Moskou was er geen onrust over de uitbreiding van de NATO in Oost-Europa, zoals nu.
In datzelfde jaar 1997 had Rusland in Parijs ermee ingestemd dat Polen, Tsjechië en Hongarijë lid werden van de NATO. Evenmin werd er geprotesteerd toen nog een handvol andere voormalige Oostbloklanden dit voorbeeld gaarne volgden. De atoombommen die het Sovjet leger in Oekraïne had achtergelaten, werden door dit land aan Rusland overgedragen om ze te vernietigen. In ruil beloofde Rusland edelmoedig Oekraine te beschermen tegen eventuele toekomstige aanvallers.
Klinkt wrang, nu Rusland het omgekeerde doet en al lange tijd zelf het atoombomloze land aanvalt, maar daaraan dacht toen geen haar op een hoofd.
Alles geruststellend. Bovendien verlangde ik zeer naar samenwerking met het land dat zo lang achter een ijzeren gordijn had gelegen. Wie niet?
Nee, het was echt mogelijk om met dit land weer tot overeenstemming te komen. Was het zelfs met Duitsland, na de waanzin, niet ook goed gekomen?
Zjenja’s emails waren in het Russisch en zodra ik haar blonde foto zag, kocht ik een woordenboek en ging ik me in de uitspraak oefenen.
Voorafgaand aan mijn reis, sprak ik ook wel over het gebrek aan democratisch élan in het jonge Poetin-Rusland.
Ik schreef haar dat het Europees Parlement vond dat Rusland niet opnieuw moest proberen andere landen te onderwerpen, zoals die in Kaukasus, Oekraïne, Wit-Rusland. Ook was het Europees parlement bezorgd over opeenstapeling van bevoegdheden bij de president, zoals de benoeming van de leden van het hooggerechtshof en van burgemeesters. Zjenja was dat met mij eens.
Zoals zij het meestal met mij eens was als we over politiek schreven.
Zij vond het zó goed dat Boris Nemtsov als gouverneur van haar regio de bouw van een atoomcentrale had weten tegen te houden, wat mijn hart nog meer verwarmde. Geen idee dat diezelfde Boris Nemtsov tien jaar later door Poetins geheime politie zou worden vermoord.
ZJENJA
Haar wuivende handen zag ik al onmiddellijk bij mijn landing in de avondzon. Ik herinner mij de exotische verrassing van onze frisse kussen op het Rode Plein en mijn ontroering over de schilderingen van halfblote arbeiders op de muren van de metrohallen, die ik zo goed kende uit de geschiedenisboeken over de Sovjet Unie in de jaren dertig, de tijd van Stalins bloedigste terreur. ‘s Avonds in het donker wachtten we op de trein naar het oosten en in het schemerlicht van hun zaklantaarns moesten we aan modieus geklede treinstewardeses onze paspoorten tonen. Waarom? vroeg ik naïef.
We hebben toch een kaartje? Goed tegen de criminaliteit was het antwoord. Dat vond ik al onbegrijpelijk want ik opperde – zo euforisch was ik nu ook weer niet - dat misdadigers ook wel eens met de auto reizen.
Zjenja kon zich nog herinneren dat zij in de armoedige laatste jaren van de Sowjet Unie eens boter had gesmaakt, die Holland in die jaren uit onze overvloed geschonken had. En ze vertelde me ook dat in de Sovjet tijd het buitenland steeds in donkerbruine tinten werd afgeschilderd. Belachelijk, vond zij. Het grimmige verleden lag ver achter ons. Merkel sprak in hun eigen taal met hun leiders en Zjenja, haar kinderen en moeder vonden het fijn.
Nu zie ik een paar goedwillende, maar ook ongeruste besluiten van het Europees Parlement van 2003 en daarna. Rusland benutte die kansen voor economische samenwerking nog niet geheel. Zorgen over mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië door Russische troepen en geheime diensten, dus blijkbaar had ik die toen uit mijn verliefde hoofd gezet.
De verhoudingen waren beleefd, toen onze minister Ben Bot in 2004 kritiek oefende op het verpletterende optreden van de Russische politie bij een gijzeling van kinderen Beslan kreeg hij van Lavrov (toen al minister van buitenlandse zaken) een berisping dat hij er zich niet lomp mee moest moeien, waarop de lieve Bot als de bliksem antwoordde dat hij – niet Lavrov - iets misverstaan had.
In 2004 sprak de EU nog haar onvoorwaardelijke steun uit aan de president van Rusland. Poetin weer, die voor de tweede keer gekozen was. Het Europees Parlement benadrukte de gemeenschappelijke waarden, ‘die nog wel moesten worden verfijnd’. De EU ondersteunde de zwakke middenklasse in Rusland. Rusland ondertekende het Kyota verdrag tegen de opwarming van de aarde, maar wij wisten niet dat de EU hen zover gekregen had door in ruil daarvoor Ruslands toetreding tot de WTO te ondersteunen.
Wat mijn naar optimisme hongerende geest ook voedsel gaf, was de Oranje revolutie in Oekraïne in het jaar voor mijn landing in Moskou. Het schijnt dat deze op meer democratie gerichte revolutie zijn naam dankt aan de Oranje Vrijstaat van de Kabouters in Amsterdam, althans dat is mij zo verteld door Poolse Kabouters die zich actief voor de omwenteling in Kiev hadden ingezet.
DE RUSSISCHE ZIEL
Ik genoot van de culturele verrijking. Ik vond het geweldig om nu een schoonmoeder te hebben die ergens tussen Moskou en de Oeral verblijft. Ik genoot van de taal die ik dankzij mijn vrouw leerde en ik smolt als zij verhaalde over haar meisjes belevenissen bij de Komsomol, de communistische jeugdbeweging uit het verzonken Sovjetrijk. Dat Atlantis van het socialisme, die verzonken utopie.
In haar woonplaats Nizjni Novgorod vertelden vrienden van Zjenja mij opgewonden over de Russische ziel, die zoveel sterker was dan andere zielen.
Ik lachte, weer naïef.
In die tijd waren computers in Nizny Novgorod, de vierde stad van Rusland, nog zeldzaam en om te mailen ging ik naar de grote bibliotheek op de Plosjad Pobedi, het Plein van de Overwinning.
Eens wilde ik naar de wc en moest daarvoor eerst bij een stoffig loket een kaartje kopen en bij een ander, niet minder stoffig loket een stukje zeep. In het begeerde vertrekje aangekomen kon ik geen toiletpapier vinden, tot mijn oog viel op een dik boek van Lenin ‘IMPERIALISME, het hoogste stadium van het kapitalisme’, op de vensterbank van het raam . Ik opende het en zag dat er bladzijden uitgescheurd waren. Was dit werkelijk de bedoeling? Een stapel van hetzelfde boek lag er gebruiksklaar naast en ik scheurde en behielp me onwennig met Lenins vetgedrukte analyses.
Ja, inderdaad, informeerde de vrouw bij het zeeploket me, er was een overschot aan boeken van Lenin en een tekort aan toiletpapier. Logisch.
Geen lachje.
Is de Russische ziel zo sterk, vroeg ik mij af, dat die kan verdragen dat men met de geschriften van het genie dat zeventig jaar de gids van het Russische volk was, de billen afveegt?
Op straat pronkte een standbeeld van de politieke reus en ik zag hem de wenkbrauwen fronsen.
Hoe sterk is de Russische ziel? En hoe Russisch, vroeg ik mijn dagboek, is de ziel van zijn opvolger, Vladimir Poetin?
Wordt vervolgd!
Foto: Roel op het Rode Plein, Moskou 2014
De oorlog in februari 2022: zie de tijdlijn.
In deze aflevering: Vladimir Poetin, Sergej Lavrov, Jozef Stalin, Zjenja.
Thema's in de reeks: Poetin en Rusland.