Huwelijk aan zijden draadje
Toen ik Zjenja’s foto had ontdekt, bijna twintig jaar geleden, stelde ik me ook wel eens voor dat ik bij haar in Rusland zou gaan wonen. Ik in plaats van haar verdronken marine held, met haar twee kinderen nog in huis en ik als correspondent van een krant.
Zij was door die gedachte verrast, het leek haar een moeilijke weg. Dat zou het ook geweest zijn, de politie was ons op het dak gevallen en zodra ik politieke vrienden zou hebben gekregen zou ik als ‘buitenlands agent’ die zich 27 seconden te laat op het politiebureau meldde, uitgezet zijn.
Zjenja in Nederland, dat ging goed, afgezien van de salto mortale’s van Vera, waarin Zjenja méésprong. En hoe zat het dan met die culturele verschillen tussen ons?
Slaan, bijten, krabben! Zjenja tegen drie Marokkaanse vrouwen! Schoppen, met haar rug tegen een auto, ik wist niet wat ik zag, Zjenja als een leeuwin in gevecht met drie bonte vrouwen die haar wilden vastgrijpen! Een Marokkaanse man stond geamuseerd toe te kijken, van zijn fiets gestapt.
‘Zjenja!’
Ik geloofde mijn ogen niet, eindelijk had ik haar gevonden nadat ze de deur uitgerend was om een Marokkaans jongetje te achtervolgen. ‘Zjenja, Zjenja!’ Ik sjorde aan haar, drie hyena’s afwerend. ’Oeka, oeka!’ hoorde ik de vrouwen schreeuwen tegen mijn leeuwin. ‘Hoer,hoer!’
Ik kreeg haar ternauwernood uit de kluwen vechtende vrouwen.
Zjenja was heet en hijgde met een triomfantelijk lachje, toen ik haar aan de hand meevoerde naar ons huis. Zjenja had het jongetje in zijn rode shirt voor ons huis bezig gezien met mijn fiets, gebukt achter de heg terwijl hij via het ventiel de banden leeg liet lopen. Ze was naar buiten gestormd, hij was voor haar weggerend alsof de duivel achter hem aan zat, naar zijn flat. Daar greep Zjenja hem vast en zag de drie Marokkaanse moeders op een balkon voor de ingang gillen dat zij hem los moest laten. ’Ik heb niets gedaan’ riep het jongetje in zijn rode shirt en terwijl Zjenja hem bij zijn arm greep stormden de drie moeders naar buiten om zich op Zjenja te werpen.
AFGEBETEN VINGER
Zo was het gegaan en nu zaten we ermee. Terug op de bank in de koele huiskamer.
Want zou de clan wraak komen nemen? En was deze strijd nu niet precies het tegenovergestelde van het ideaal dat ik in m’n hoofd had, een internationaal huwelijk dat zou bijdragen aan een harmonieuze multiculti samenleving?
De volgende dag, toen Zjenja naar kantoor was, belde er een licht gekleurde vrouw aan met een roze lap om haar middelvinger. Ik bood haar een kopje thee aan en ze legde me in vloeiend Amsterdams uit dat zij door mijn vrouw gebeten was, dat ze naar de dokter was geweest en dat die haar had aangeraden naar de politie te gaan wegens poging tot afbijten van een vinger.
Ik bood haar bedachtzaam excuses aan, ook uit naam van mijn vrouw en vroeg of het niet bijgelegd kon worden. Ik legde uit dat het op een misverstand gebaseerd was omdat mijn vrouw het jongetje in het rode shirt alleen maar had willen waarschuwen voortaan van onze fietsen af te blijven. ‘Maar hij had het niet gedaan’, zei de vrouw, die toch ontdooide. Ik ben met haar meegelopen om ook haar man en de tantes excuses aan te bieden.
Toen Zjenja ‘s avonds thuiskwam vroeg ik haar om ook zelf excuses aan te bieden, maar dat stond haar tegen. Een paar dagen later ontmoette ik de vrouw met de gewonde vinger in de supermarkt en ze glimlachte vriendelijk naar me, naar de politie was ze toch niet gegaan. Goddank, het was overgewaaid.
‘Maar als nu,’ vroeg ik Zjenja, ‘dat jongetje een blanke Nederlander was geweest en die moeder en tantes Nederlandse mensen, was je dan ook zo wild te keer gegaan?’ Nee, dan was het anders geweest, dan zouden die vrouwen zich niet op haar geworpen hebben. ‘Maar het was toch een begrijpelijke reactie van hen? Ze zagen vanaf het balkon hun kind in de greep van een vreemde vrouw, worstelend om los te komen. Als jij zijn moeder was geweest was je toch ook naar buiten gestormd en had je toch ook die vrouw weggeduwd?’
Ze liet glimlachend doorschemeren dat dit de waarheid was, zonder het uit te spreken. Het was duidelijk waar haar furieuze opwinding vandaan gekomen was. Van het gevoel dat het jongetje, zijn moeder en tantes hier niet horen.
SLAVISCHE RAS
Ik ben overtuigd dat we alleen door racisme af te zweren we een wereld met meer samenhang kunnen bereiken. Ik ben de enige niet hier, het hoort tot de cultuur van de meerderheid van de denkende mensen in West-Europa.
Maar in Rusland is dat niet zo. Daar zijn de witte mensen, of liever nog het Slavische ‘ras’ nog vanzelfsprekend het normale, goede volk in bijna ieders ogen. En ook in een groot deel van Oost-Europa is dat zo. Het is dus niet zo gek dat Vera een man leuk kon vinden maar op hem kon afknappen zodra zij hoorde dat hij Armeniër was. En het is niet zo gek dat als Zjenja en ik in een park wandelden en ik daar een paar zwarte mannen groette, zij me maande dat niet te doen. En het is niet zo uitzonderlijk dat haar afkeuring zich nog sterker richtte op gekleurde mensen als zij tevens moslims waren.
‘Maar de Russisch orthodoxe kerk staat achter de aanval op de Donbas,’ bracht ik daartegenin bij het zondagse ontbijt, ‘dan is dat toch ook een godsdienst die agressief is en niet deugt?’
‘Ja, maar die moslims horen hier niet, die moeten in hun eigen wereld blijven.’
Dat was het antwoord en ik kon lang praten, maar dit gevoelsmatige standpunt van Zjenja veranderde niet.
Natuurlijk zijn er ook bij ons velen die zoals Zjenja denken, maar niet de meerderheid. De meerderheid tolereert, soms met moeite, of ziet zelfs de interessante kant van de cultuurverschillen tussen moslims en mensen uit landen met christelijke wortels.
‘Maar moslims discrimineren vrouwen’ zei Zjenja.
Dat was ik met haar eens en daar hadden we toch een gemeenschappelijk punt, dat een sterk punt was vooral omdat zij en ik van elkaar hielden.
RACISTISCHE SCHELDWOORDEN
We kwamen steeds op het onderwerp terug.
‘Ik wil je wel zeggen dat ik mensen als Wilders en Baudet als mijn persoonlijke tegenstanders beschouw, want zij wakkeren de tegenstelling aan, met hun negatieve uitspraken en angstsprookjes over ‘omvolking’.’
‘Maar ze hebben wel gelijk, er komen steeds meer buitenlanders en op een dag grijpen ze de macht en dan zijn jullie Nederlanders hun slaven.’
‘Maar jij bent toch ook een buitenlander?’
‘Russen en Nederlanders, daar is geen echt verschil tussen.’
Dat had ik ook altijd gedacht. Ik wist toen niet hoeveel Russen griezelen van Kaukasiërs, zelfs Navalny had eens meegelopen in een ’Russische Mars’ in Moskou tegen de instroom van steeds meer mensen uit de Kaukasus die daar de markten met hun handel gingen overheersen. Ik wist niet dat aan Russische scheldwoorden graag het bijvoeglijke naamwoord ‘Afrikanski’ wordt geplakt. ‘Tsjernozjopki Afrikanski ‘, dat betekent heel lief ‘Afrikaanse zwartkonten’. Ik geef toe, wij gebruikten als scheldwoord voor Duitsland destijds ook graag het woord ‘Moffrika ‘, om aan te geven hoe achterlijk en barbaars de Moffen waren. ‘Zo’n woord als ‘Moffrika’, daar schamen wij ons nu een beetje voor,’ zei ik tegen Zjenja, ‘het was een belediging voor Duitsland, net zoals ‘Afrikaanse zwartkonten’ dat is voor Afrikanen.’
Zij lachte pijnlijk schattig. Aan de ontbijttafel. ‘Die Syriërs kunnen beter thuisblijven, vooral die mannen, die moeten hun land weer opbouwen. Hier horen ze niet.’
‘Ja maar Zjenja, toen mijn ouders en Lucie en ik moesten vluchten omdat ons huis gebombardeerd was in Den Haag, toen hadden we, als het niet anders had gekund, graag onderdak in het buitenland gevonden?’
Ik voelde mij niet lekker na dit ontbijt en trok me terug in een spelletje computerschaak. Haar hoorde ik nog met haar zoon telefoneren en zeggen, dat het het eind van Nederland zou zijn als er een meerderheid van buitenlanders zou komen wonen. Toen ze klaar waren legde ik mijn handen op haar schouders: ‘Het gaat er niet om welke mensen hier wonen, maar wel dat er hier een democratie is volgens de Nederlandse grondwet.’
Zij schudde haar hoofd. ’Dat is een illusie.’
VERKIEZINGEN
De rood-witte enveloppes met stempassen voor de verkiezingen stonden op de schoorsteenmantel, tussen de witte bustes van Kropotkin en Tolstoj, de anarchisten.
Ik stem gewoonlijk GroenLinks, de laatste partij die ik in Amsterdam vertegenwoordigd heb, sinds ik tot de conclusie gekomen was dat De Groenen en GroenLinks te veel gemeenschappelijke ideeën hebben om afzonderlijke partijen te zijn. Zjenja stemde vanaf het moment van haar stemrecht met mij mee, solidair. Na vele jaren Amsterdam had zij zich zelfstandig gemaakt en was ook eens op een andere partij gaan stemmen. Maar door haar opvattingen over buitenlanders begon ik langzamerhand angstig te worden dat zij zou gaan stemmen op een partij die volgens mij frontaal inging tegen mijn ideaal van een multiculti huwelijk als onderdeel van een prettig multiculti Amsterdam.
‘Waarop zullen we stemmen?’ vroeg zij.
‘Ik ken Klaas, van GroenLinks, die is erg voor het behoud van de bomen.’
Zij knikte. We hadden, zij en ik, juist een actie voor het redden van bomen bij ons in de buurt gevoerd, in het Oosterpark. Op dat punt waren Zjenja en ik het gloeiend eens.
Toen we uit het stemburo terug wandelden, hand in hand, vroeg ik waarop zij gestemd had. Zij grinnikte met iets olijks in de ogen.
‘Wilders.’
HOE RED IK ME?
Ik liet haar hand los en vroeg of zij gek geworden was. Hoe kon je dat doen? Je weet toch dat dat keihard tegen mijn politiek in gaat?
Zij lachte weer, stout genietend van haar vrijheid. Ik was woedend, maar wat kon ik ertegen doen? Natuurlijk had zij recht op haar eigen stem.
Toch was ik laaiend, dat is dwars tegen je man in werken. Zoiets dóé je niet. Toen we thuis waren zat zij met haar handen voor haar gezicht en zei dat ze het niet meer doen zou.
‘Maar wat heb ik daaraan,’ riep ik, ‘als je het alleen maar laat omdat ik jou onder druk zet?’
Ik wist het niet meer. Moest ik dan maar minder hoge eisen aan mijn huwelijk stellen en mijn ideaal opofferen?
Een buurman zei me dat ik gewoon gelukkig moest zijn dat ik een jongere, gezonde vrouw had die er goed uitzag. Hoe oud ben je? Tegen de táchtig, nou dan!
Ik haalde mijn schouders op en liep m’n huis in. Ik dacht: ja, maar waarom ben ik dan eigenlijk getrouwd? Alleen maar om een comfortabele huishouding te hebben? Ben ik zó? Nee, zo ben ik niet dus ik moet hier iets aan doen, iets wat mogelijk is. Maar buigen kan ik niet en haar laten barsten kan ik nog minder. Ik keek hulpeloos rond naar Tolstoj en Kropotkin en zag hen op de schoorsteenmantel met hun hoofden schudden.
Op mijn computer las ik (begin 2021) dat er in Moskou een demonstratie was voor militaire steun aan de ‘Volksrepublieken Donetz en Luhansk’, omdat de Oekraïners een genocide aan het plegen waren. Iemand van de kerk stond op het podium te oreren, naast Aleksander Doegin.
Toen ik zover was ging de deur open en Zjenja kwam binnen. Met haar mobieltje tegen het oor: het gekwetter van Vera.
Zou het draadje waaraan ons huwelijk hing, van zijde of van ijzer blijken?
En waarom kon de christelijke kerk in Rusland de oorlogshitsers er niet uit gooien?
Wordt vervolgd!
FOTO: Augustus 2022, Roel schrijft. Hier signeer ik mijn boekje over mijn zuster en kunstenares Lucie, Engelse vertaling. (Zowel van de Nederlandse als de Engelse editie zijn er nog enkele exemplaren over.)
De oorlog in augustus 2022: zie de tijdlijn.
In deze aflevering: Aleksej Navalny, Geert Wilders, Thierry Baudet, Zjenja.
Thema's in de reeks: Poetin en Rusland, De oorlog in Oekraïne, Extreemrechts en handlangers.