De bruiloft van Roel en Goedroen
Goedroen en ik zouden trouwen, in Weimar. Waarom wilde ik dit zo graag, vroeg ik mezelf tevoren wel af. Ja, ik houd van haar, maar moet je dan per se trouwen?
Houden van Goedroen zou ik ook zonder trouwen even goed. Ik was tenslotte al meermaals getrouwd, zeker als ik mijn geregistreerd partnerschap met Zwaantje meerekende. Ik verlies een stuk van mijn AOW, toch al niet veel en toch doe ik het, twijfelde ik. Ik vond het erg leuk, geweldig, fantastisch en toch: waarom is dat nodig? Als anarchist was ik vroeger tegen het huwelijk, als verbintenis met de repressieve staat – maar dat standpunt had ik verlaten sinds de democratisering. In 1977 was ik voor het eerst getrouwd.
Het gevoel dat het haar en mij geluk zou brengen verliet me niet. En omdat we in Duitsland zouden trouwen, dat was mijn voorwaarde, voelde het voor mij alsof het iets heel nieuws was, niet te vergelijken met vorige huwelijken. Ik krijg geen genoeg van de liefde, die behoefte is eeuwig en ik heb daarvoor intuïtief een natuurlijke, originele en muzikale vrouw gevonden uit het kleine dorp Wacholder, maar toch niet zonder ervaring in de grote wereld.
Ik voel het, zij is het. Zonder twijfel. Maar toch, waarom beslist tróúwen? Is dat niet een overbodig ritueel?
WEIMAR
Het begon ermee, toen ik bijna vier jaar geleden voor het eerst bij haar was.
‘Kom laten we naar Weimar gaan’ zei ik tegen haar in Wacholder, rijk aan jeneverbessen. Weimar is zo’n schat, de democratie is daar honderd jaar geleden begonnen, toen de eerste democratische grondwet uit jullie geschiedenis daar is aangenomen, weet je?
Zij wist het en vond het een goed idee. In haar oude autootje troonde ze me mee, we waren allebei door het dolle. Van de ontmoeting, van de aanraking. We logeerden er in een bescheiden pension met een glorieus uitzicht op de poort en toren van het Stadsschloss waar de grote Goethe gewerkt had als minister van hertog Karl-August, die hem daar als jongeman naartoe gehaald had. We sliepen op een kamer die zijn voornaam droeg, ‘Johann’.
Ik voelde me niet Goethe, maar moest denken aan het gipsen beeld van Goethe waarmee ik opgegroeid was en dat mijn vader honderd jaar geleden als jonge man hier gekocht had toen hij deze stad bezocht. Daarmee had hij een levenspad ingeslagen dat - schrijvend en kunst verzamelend - steeds weer door Goethe geïnspireerd werd. Ik had een verlicht gevoel, waanzinnig natuurlijk, maar helemaal mooi en gaaf.
We staken elkaar aan met dat gevoel. Zij van haar kant had een parallelle gewaarwording die ik niet openbaren wil omdat die helemaal en alleen van haar tedere binnenkant is.
Goed dat Weimar nu onze ontmoetingsplek is, dacht ik, deze heilige plek van de democratie, van het democratische Duitsland, dat mij precies het goede gevoel van tegenwicht geeft. Tegen de zwarte wolk die mij als oorlogskind - uit duistere tijden, in de greep van duister Duitsland- nog altijd overvallen kan.
We waren in de opera in het Nationaltheater, juist waar op 31 juli 1919 door de National Versammlung de toen meest democratische grondwet ter wereld was aangenomen. ‘Tosca’ stond op de planken maar ik zag vooral in Goedroens ogen het verlichte, revolutionaire Duitsland van 1919 stralen. En hup, wat gebeurde er? In de pauze stonden we op het balkon van het theater, het regende, maar hop! Ik vroeg haar ten huwelijk. Toen waren we verkocht.
BURGERLIJKE STAND
Goedroen verscheen mij, zowat vier jaar later, in het Weimarse ochtendlicht in een blauwe trouwjurk met doorzichtige spaghettibandjes en plissérok. Ik keek mijn ogen uit en zo betraden we op 23-2-‘23 het witte, neogotische stadhuis van Weimar. Dat bleek zich vlak achter het vertrouwde pension te bevinden waar we nu opnieuw sliepen en droomden. We waren vergezeld door alleen Goedroens broer en zijn vrouw, die zo lief waren om ons ernaartoe te rijden, te fotograferen en te laten voelen dat we ons nog in de realiteit bevonden.
De versierde gang naar de trouwzaal zoog ons naar binnen en als vanzelf stonden wij oog in oog met de ambtenares van de burgerlijke stand, een vrouw in broek. ‘Sylvia Axhelm’, stelde de vrouw zich met uitgestoken hand voor. Zij was samen met een jongere vrouw die de kunst van haar leren moest. Was ik het, die samen met Goedroen voor haar stond? Ja, herinnerde ik me, doordat Goedroen me even in mijn arm kneep.
‘Sie beide, liebes Brautpaar, haben sich entschlossen’ zei zij toch min of meer tot mijn verrassing, ‘gemeinsam den Weg der Ehe zu gehen’. O, dus samen de weg van het huwelijk te gaan, vertaalde ik razendsnel voor mezelf en wreef een waas uit mijn ogen dat plotseling verschenen was. Ik vroeg me helemaal niet meer af waarom ik dit deed en keek naar Goedroen die, aan haar ogen te zien, ook niet wist wat haar overkwam. Het was voor haar de eerste keer, niet alleen in Duitsland voor de eerste keer, zoals voor mij, maar überhaupt de eerste keer. De ambtenares vertelde dat ik Goedroen op het balkon van het grote theater ten huwelijk gevraagd had, dat ik uit Amsterdam kwam en dat Goedroen de vrouw van mijn hart is, wat allemaal klopte. Ze legde me uit dat ik in de voetsporen van Johann Wolfgang von Goethe getreden was, die naar Weimar gekomen was om hier met zijn Christiane, met wie hij al jaren ging, te trouwen, en dat volgens hem de ring geen begin en einde heeft en daarom het symbool van eeuwig huwelijksgeluk is. Symbool van een officiële belofte. ‘Samen voor altijd!’ Ja, we moesten dan wel met elkaar rekening houden, met elkaars eigenaardigheden, en die altijd door het oog van de liefde bezien. Ons huwelijk moest democratisch zijn, meende zij. Ze vertelde ook, zoals wij haar verzocht hadden, dat Weimar de stad was waar in Duitsland de democratie geboren was
‘Ich frage Dich, Reul van Dein, ist es dein freier Wille, mit der hier anwesenden Frau, Gudrun Reinhardt, die Ehe einzugehen, so beantworte meine Frage mit JA’. Ik was in de wolken en riep zelfverzekerd het gevraagde, een kort moment vreesde ik nog dat Goedroen zou antwoorden dat ze er nog even over denken moest maar gelukkig wond zij er ook geen doekjes om. Ze wilde en wij kusten elkaar.
We deden het zoals het moest en ik vond Goedroen ongekend mooi toen ik haar de ring aan de vierde vinger van haar linkerhand schoof.
‘Heb jij nationale symbolen van Duitsland in de trouwzaal gezien?’, vroeg ik aan Goedroen en aan onze beide getuigen. Nee, die hadden weldadig ontbroken.
AANGETROUWD MET DUITSLAND
Thuis in Wacholder drong zich opnieuw de vraag op waarom ik zo van dit ritueel genoot. Waar de ambtenares in haar toespraak nog aan voorbijgegaan was, is het onderwerp trouwen-op-leeftijd.
Te moeilijk? Voor sommige mensen zelfs een taboe, merkte ik aan een reactie van een dame in Wacholder. Je trouwt niet met een man van 80 had ze tegen Goedroen, die een stuk jonger is, gezegd.
Maar daaraan heb ik geen boodschap. Wat is tijd? Wij hebben de tijd voor ons huwelijk, want tijd is maar hoe je het beleeft, onafhankelijk van het tikken van de klok. Ik voelde mij bevestigd in mijn eigen leeftijdsgevoel toen een bijdehante buurman opmerkte dat ik er op de trouwfoto uitzag als een jong hert. Dat ben ik natuurlijk niet, maar mijn energie is dat wel. Dus hou op met dat gezeur over leeftijd.
Maar toch hielp me dit onbedoeld aan een antwoord op de vraag waarom ik het ritueel gewild heb. Ik wil me ook hier weerbaar tegen praatjesmakers, fatsoensrakkers en vijanden voelen, ook hier in Duitsland als burger. Niet een vage figuur die in het huis van Goedroen aan de computer zit en met een raar accent spreekt, iemand die er niet helemaal bij hoort. Het huwelijk geeft me een gevoel dat ik immigreer. Zonder Nederland te verlaten ben ik er dan ineens helemaal van de partij. Ook een soort Duitser? Nee, een Europeaan die erbij hoort, want het democratische Duitsland is een anti-nazi land, en deel van Europa. ‘Europa is niet Duitsland, maar Duitsland is Europa’ heeft een vooraanstaand Duits politicus gezegd. IN Europa, deel van Europa. Niet de heerser van Europa hoe belangrijk het ook is...
Daar hoor ik nu ook aangetrouwd bij. Geeft me een volwaardig gevoel. Niet alleen maar die vreemde ‘Niederländer’. Goedroens broer is nu mijn zwager en we voeren met z’n allen actie voor Europa.
Het is een politieke redenering, maar vooral ook een gevoel. Goedroen, jij en ik wonen in hetzelfde land, geestelijk en lichamelijk.
DE VIJAND
Toch speelde er zich op de avond van de dag van ons ritueel iets af dat ons terugbracht in het krijgsgewoel.
We zaten in een gezellig, glazen theehuis waar Goethe en Schiller ongetwijfeld ook thee gedronken hadden, te luisteren naar een pianist die virtuoos improviseerde en zichzelf begeleidde terwijl hij bekende Duitse liederen zong, zoals ‘Griechischer Wein’. Mijn nieuwe familie en anderen zongen luidkeels mee en het was dikke pret. Mijn gloednieuwe zwager vroeg hem om een lied van Udo Jürgens en warempel, hij speelde en zong het uit zijn hoofd. Luid applaus van ons!
De musicus was klaar met zijn avondvullend programma en liep naar ons tafeltje. We nodigden hem uit aan te schuiven. Hij stelde zich voor als Oost-Oekraïner, wij waren één en al oor.
Uit Loehansk, zei hij, maar sinds 1998, hij vond het hier leuk en was niet te stoppen. ‘Maar waarom steunt Duitsland plotseling die gek Zelenski met wapens?’
Mijn zwager legde de pianist rustig uit dat dit niet zo plotseling was en dat hij aanvankelijk ook gedacht had dat Zelenski maar een showmaker was maar dat hem na de Russische invasie duidelijk geworden was dat hij een groot leider van zijn volk was.
‘Hij is een marionet van Amerika’ baste de man en meteen begon ik te sidderen van woede. Onverwacht oog in oog met de vijand. Een demasqué, hoe pijnlijk. En dat op zo’n mooie dag.
Ik beheerste me en antwoordde dat Zelenski een onafhankelijk volk vertegenwoordigt en dat de Majdanrevolutie echt een spontane volksbeweging was. Maar mij keek de pianist niet aan, wel de anderen. Snel zei hij dat Kiev-soldaten genocide in de Donbas hadden gepleegd. Veertienduizend doden. ‘Een leugen’, snerpte ik, ‘Sie wiederholen Putins Lügen, es gibt dafür überhaupt kein Beweis!’
Weer keek hij weg en ik hoorde hem aan de anderen vertellen dat Janoekowitsj een zwakkeling was geweest die zich had laten wegjagen maar dat Loekasjenko gelukkig ‘ein starker Mann ist, die die schreckliche Hausfrauen rausgejagd hatte’. Nu protesteerden ook de anderen boos. Hoe onaangenaam; onverwacht zaten we oog in oog met de vijand, drong tot me door en in haar ogen las ik Goedroens ontzetting. ’Waarom woont u eigenlijk in Duitsland en gaat u niet terug naar de Donbas?’, vroeg ik.
De cafébaas verscheen. Met geheven vinger verzocht hij ons om het gesprek te beëindigen. Dit was niet de geschikte gelegenheid om zo’n thema op deze manier te bediscussiëren, verordonneerde hij. We rekenden af, ik gaf de pianist geen hand.
De volgende ochtend las ik in de ‘Thüringer Zeitung’ dat het tijd voor onderhandelingen was en dat Oekraïne concessies moest doen om tot vrede te komen. Nu was ik er zeker van dat de cafébaas wel geweten zal hebben welke opvattingen zijn getalenteerde pianist uitdraagt en dat de pianist niet de enige is in Weimar die Poetin steunt. We waren tenslotte in Thüringen, een voormalig deel van de DDR. Daar is nu Weimar een uitzonderlijk lichtpunt temidden van een bevolking waar uiterst rechtse sympathieën sterk aanwezig zijn. O ja, de völkische Björn Höcke van de AFD woont hier in de buurt, herinnnerde ik me.
Zo waren we weer terug waar we vandaan kwamen: in de knalharde oorlog. Een duivelse strijd waarin we niet anders kunnen dan de vijand ontmaskeren en verslaan.
Zal Poetin zijn oorlog misschien toch winnen met de als ‘vredesinitiatief’ vermomde hulp van China?
Wordt vervolgd!
FOTO: Goedroen en Roel trouwen in Weimar 23-2-23
De oorlog in februari 2023: zie de tijdlijn.
In deze aflevering: Vladimir Poetin, Volodymyr Zelensky, Aleksandr Loekasjenko, Goedroen.
Thema's in de reeks: De oorlog in Oekraïne, Europa verdedigt zich.