Roel in Amsterdam
Een foto komt uit een laptop van Goedroen tevoorschijn. Op een hoek van de Prinsengracht - en meteen schiet me het schaakcafe daarachter te binnen. Op de hoek van de Lange Leidse en de Leidse Kruisstraat. O ja, haha, het rijke Rijksmuseum, waar ik eens kunstgeschiedenis studeerde. En nog weer schuin daarachter de gevangenis aan het Kleine Gartmanplantsoen, waar nu De Balie is, waar ik vroeger in de bak zat vanwege Provo en waar nu wonderlijk genoeg de schaakbieb van het Max Euwe Centrum zit.
7. En die fiets is van het Witte Fietsenplan staan gebleven.
Maakt het me weemoedig?
Eigenlijk niet. Ik houd van Amsterdam omdat het een stad is met creatieve mensen, toen en nu. Diezelfde creativiteit die ik in Zutphen in mijn hoofd heb, of waar dan ook, In het lieve Den Haag, mijn geboortestad, het barbaarse Rusland waar ik vaak met mijn Zjenja was, of in het roerige Duitsland, met Goedroen. Maar in Amsterdam heb ik zestig jaar mijn energie geïnjecteerd en als het kan slip ik graag tussen de toeristen op het Damrak door naar vrienden, graag lopend via het Vondelpark. Om te praten over hoe we Poetin, Trump en de klimaatverloedering overleven. Over nieuwe plannen en de Verenigde Staten van Europa.
Niet weemoedig, maar fris opgewonden word ik ervan.