ER IS HOOP !De Telegraaf van dit weekend brengt een…
ER IS HOOP !De Telegraaf van dit weekend brengt een eerlijk interview met mij, als veranderende provo. Sympathiek, ook De Telegraaf zelf is niet meer die vijandige krant van de jaren zestig. Toont zich opener, hoewel het nog altijd wel een rechtse krant is biedt hij nu ook ruimte voor andersdenkenden. Onder oud-hoofdredacteur Goeman Borgesius was de huidige opinierubriek 'De kwestie' ondenkbaar geweest. En ook dit interview, dat ingaat op mijn boek "Schoonvader van Poetins geheim agent', had destijds een misprijzende teneur gehad en was vol verdraaiingen geweest, Nu is het een realistische weergave van het gesprek, dat journaliste Marie-Thérèse Roosendaal met mij had. Sommige dingen wenden zich toch ten goede, er is hoop dames en heren!
(En o ja, het boek is, met inscriptie voor jou, bij mij te bestellen.)
---------------------------------------------------
Hij is de man van het spandoek en het pamflet: Ban de Bom! Bij leven al een legende, als één van de oprichters van de Provo-beweging. Vredesactivist, maar nu een vurig pleitbezorger van Navo en kernwapens. Roel van Duijn: “Oud-provo’s vinden me een verrader. Maar ik strijd nog steeds voor vrede.”
Marie-Thérèse Roosendaal
Roel van Duijn grinnikt als hij vertelt dat de hele oplage van het eerste nummer van het tijdschrift Provo én de stencilmachine in beslag werden genomen door de politie. “We hadden in elk exemplaar een klappertje geplakt. Handmatig! Eronder de tekst ‘ontketen je eigen revolutie, pak een hamer om dit klappertje tot ontploffing te brengen.’ Zo onschuldig was het in 1965.”
Het was het startschot van roerige actiejaren in de hoofdstad, die de 81-jarige oud-provo onlangs verruilde voor Zutphen. “Mijn dochter en mijn beste vriend wonen hier om de hoek, dat gaf de doorslag. Mijn vertrouwde plekken in Amsterdam waren door al die toeristen niet meer van mij. Dat maakte de weg vrij om een andere afslag te nemen.”
Doet hij vaker in het leven, en daarmee verrast hij vriend en vijand keer op keer. “Ik heb de drang mezelf opnieuw uit te vinden.” Zo werd hij in 2003 liefdesverdrietdokter met een praktijk-aan-huis, omdat hij die hartenpijn kende nadat hij zelf een relatie verbrak. “Als je denkt dat er maar één ware is, denk je ook dat je verder geen recht meer hebt op geluk en bestraf je jezelf. In mijn ‘wijkpost’ heb ik veel gebroken harten kunnen helen.”
Het is slechts één van de vele etiketten die aan hem kleven. Pacifist, revolutionair, raadslid, bio-boer, schrijver, schaker, opiniemaker, idealist, historicus, Kabouter, oproerkraaier en wethouder. En ziener! Voordat de Club van Rome in 1972 waarschuwde voor de opwarming van de aarde, wees hij al in 1969 op de gevaren daarvan.
“Ik was de tijd ver vooruit omdat ik bloednieuwsgierig van aard ben, me overal in verdiep, het onderste uit de kan wil weten en naar oplossingen zoek. Destijds werd ik uitgelachen om mijn plan voor windmolens en daktuintjes. Haha, wilde ik soms terug naar de Middeleeuwen? Nu zitten we in de problemen die we toen voorzagen.”
De kunst van het provoceren verstaat hij als geen ander. “Ik ben een beroepsrevolutionair.” Die carrière begon in 1961 met de bezetting van een Haags kruispunt, een protestactie tegen de atoombom. Vlak voor zijn eindexamen werd hij met onmiddellijke ingang geschorst door het Montessori Lyceum. “Toen ik laatst op die school een lezing hield, kreeg ik alsnog mijn diploma. De rector wenste me veel succes in mijn verdere carrière. Ik vond het erg dat mijn vriend, klasgenoot en medestrijder Hans Korteweg geen diploma kreeg. Een lerares heeft in hetzelfde sierschrift boven mijn naam gezet ‘Hans Korteweg én…’ Zodat het nu óns diploma is.”
Provo begon in Amsterdam. Opstand tegen de bazen, burgers hadden toen niets in te brengen. “We waren een kleine beweging van tien jongens en meisjes. Met De Telegraaf waren we water en vuur, jullie columniste Conny Sluysmans noemde krakers de Ratten van Kattenburg. Achteraf denk ik dat we zonder De Telegraaf en het ‘klootjesvolk’ niet zo succesvol waren geweest. Twee derde van de Nederlanders antwoordde in een enquête dat ze het een goed idee vonden om op Terschelling een concentratiekamp voor provo’s in te richten.”
En hoe vreemd loopt het soms. Nu pent Van Duijn zelfs af en toe de kolommen van onze opinierubriek De Kwestie vol. Sinds de oorlog in Oekraïne is de pacifist een vurig pleitbezorger van de Navo én van kernwapens. “Oud-provo’s vinden me een verrader. Roepen verontwaardigd: ‘En dan óók nog in De Telegraaf!’ Maar ik pleeg geen verraad, ik ben nog altijd tegen wapens, maar ze zijn een noodzakelijk kwaad om vrede te bereiken. Poetin verklaart dat hij in oorlog is met het westen, maar wij negeren dat. Eigenaardig, op zijn zachtst gezegd! De oorlog is hier en nu, wij zijn de vijand, en wij ontkennen dat, omdat we gehecht zijn aan onze vrede, stabiliteit en democratie.”
“Poetin gaat voor het grote Stalinistische rijk, daarvan heeft hij nooit een geheim gemaakt. Hij is het aan zichzelf verplicht, het is zijn goddelijke roeping. Die man is net zo gek als Hitler en moet niet het idee krijgen dat hij over ons kan lopen. Vandaar mijn pleidooi voor bewapening! Geweldloos verzet is een gepasseerd station.”
Door de liefde verdiepte Van Duijn zich in de Russen. Een traject dat hij uitgebreid beschrijft in zijn jongste boek, Schoonvader van Poetins geheim agen't. Via relatieplanet.nl kwam hij in 2004 in contact met de Russin die hij Zjenja noemt in zijn boek. Zij is de weduwe van een marinier die in 2000 omkwam in de gezonken Russische onderzeeër Koersk.
Een zinderende liefde ontvlamde, het smoorverliefde stel verdeelde hun tijd over Amsterdam en Nizjni Novgorad aan de Wolga. Op een dag vertelt hun stokoude buurvrouw Lyda, Oekraïense van geboorte, hem over de uithongering van haar volk in 1933. “De Holomodor waarbij 3,9 miljoen Oekraïners werden doelbewust uitgehongerd door de Russen. De straten lagen bezaaid met lijken. Tien jaar voor de Holocaust vond deze genocide plaats, en hij wordt nog altijd ontkend door de Russen en in het westen weet men van niets.”
Dit historisch perspectief opende zijn ogen. “Zo lang was dit al aan de gang. Zjenja was niet persé pro-Poetin, maar ze slikte wel al die tijd de leugens die haar op de mouw werden gespeld. OP een gegeven moment kwam haar dochter thuis met een man die voor de geheime dienst werkte. Natuurlijk koos Zjenja voor haar kind. Voor mij was het onverteerbaar, hoe kon ik aan de eettafel nog met hem praten. ‘Wat heb je vandaag gedaan, jongen?’ Terwijl hij die dag misschien een opposant vermoord had. En ik was bang dat mijn echtgenote zou worden aangezet tot spionage.”
Ironisch genoeg ging onze BVD decennia lang de gangen na van Van Duijn, die te boek stond als staatsvijandig individu. Hij lacht: “Misschien heb ik iets dat inlichtingendiensten aantrekt?”
De baan van de schoonzoon bleek de doodsteek van de idylle. “Mijn praktijkkennis als liefdesverdrietconsulent kwam nu wel van pas. Ik moest me er niet onder laten krijgen.” Inmiddels is hij gelukkig met zijn vierde echtgenote, de Duitse die hij Gudrun noemt in zijn boek. “Haar echte naam houd ik voor mezelf.” Met een vrolijke lach biedt ze aan koffie te maken. “Die van Roel is altijd zo waterig.”
Moedig om weer die verbintenis aan te gaan. “Nee, dat is het zeker niet, ik houd ervan om met een vrouw te leven.”
Zijn leven is een aaneenschakeling van ups en downs. Binnen twee jaar na het ontstaan, bloedde de provobeweging dood. “Hoe kort ook, het is een pijler van een tijdsgewricht.” Van Duijn kon het einde zelf niet verkroppen. Wijst op een foto aan de muur van zijn werkkamer. Een jonge Roel, geblokte deken over zijn benen, zijn trieste gelaat gaat deels schuil achter een zwaar brilmontuur en een dikke bos donker haar. “Najaar 1967. Ik wist niet hoe het verder moest met de revolutie. Ik dacht dat ik dood ging, beeldde me steeds een nieuwe ziekte in, tot aan kanker toe. Drie maanden lang, tot de huisarts zei dat ik naar buiten moest.”
Hij vond emplooi bij een biologische boer in Zeeuws-Vlaanderen. “Op een dag reed de buurman op een aardappelrooier die enorm veel lawaai maakte. Ik vroeg de boer of wij dat ook gingen doen. ‘Nee’, zei hij, ‘daar jaag je de kabouters mee weg’.” Rinkeldekinkel, daar viel het kwartje. Nog in de trein terug naar de stad schreef hij zijn Kaboutermanifest, over de harmonie van natuur en cultuur. Na de verkiezingen zaten er vijf Kabouters in de raad. Een paar jaar later toog Roel van Duijn weer aan het bio-boeren als kaasmaker.
Een leven van protest. “In verzet heb ik mezelf gevonden, en dat is een groot geluk in mijn leven. Het wezen van provo is dat ik mezelf kan vernieuwen in vrijheid en creativiteit. Ik heb geleerd dat mijn eigen geluk niet afhangt van de wereld, maar van het leven dat ik leef.”
Maar dat geen eeuwigheid duurt… “In mensenogen ben ik nu 81 jaar, maar een kabouter wordt gemiddeld 200, dus ik begin pas! Nadeel van de jaren is dat goede vrienden overlijden, mensen die een deel van me zijn geworden. Laatst Peter Schröder, de enige die wist hoe verliefd ik in de tweede klas van de basisschool was op Rieneke, met haar rode strikken in het haar. Hij zal me niet meer corrigeren met ‘nee, zij droeg geelrode maar gele strikken in het haar’. Ik kan mijn herinneringen niet meer toetsen.”
Onnodig te zeggen dat Roel van Duijn zich zorgen maakt over het nieuw te vormen kabinet. “Wilders wil geen wapens naar Oekraïne sturen, de deur gaat dicht voor vluchtelingen voor oorlog en verwoestijning. Laatst waren we met alle overgebleven oud-provo’s bij elkaar op Park de Hoge Veluwe, om te vieren dat ons Witte Fietsenplan - een gratis leenfiets voor iedereen - daar al een halve eeuw werkt. Tweeduizend fietsen, tot volle tevredenheid van bezoekers, bomen en dieren. We zijn nog even strijdlustig als toen en hebben besloten om een nieuwe beweging te starten. De wereld is toe aan provo, jullie zullen van ons horen.” Waarvan akte!
Link: relatieplanet.nl