Roel van Duijn

De groene eeuw van Alexander

Wij leven halverwege de groene eeuw, zegt Alexander de Roo.

De groene voorman heeft een verhelderend en opmonterend boek geschreven over zijn levenslange strijd voor natuur en milieu.

Het is zijn autobiografie.

Hij begint als duo-raadslid in Amsterdam voor de PSP en in 1985 wordt hij medewerker van de groene fractie in het Europees parlement, die toen nog Groen Progressief Akkoord heette. Het embryo van GroenLinks, dat nog niet geboren, maar wel een samenwerking was van PPR, PSP, CPN en het Groen Platform. Dat laatste vertegenwoordigde ik. Voor mijn ogen doemen de moeizame vergaderingen in het gebouw van het communistisch dagblad De Waarheid op, onder onvermoeibare aansporing van voorzitter Wim de Boer. Omstreden obstakel was de keuze van het woord groen in de naam. Het Groen platform en de PPR waren heftig voor, maar de meerderheid van de PSP en de CPN waren tegen. Voor Alexander tartend, want hij vertegenwoordigde de groene minderheid in zijn pacifistisch socialistische partij.

Ik herinner me Alexander in die zittingen, met ingehouden ongemak naast zijn rode PSP-partijgenoot Frans Janssen, die de eerste woordvoerder van zijn partijdelegatie was en zich stug tegen het ‘groen slijm’ keerde. Alexander toonde slechts rimpels op zijn voorhoofd als zijn partijgenoot sprak en liet alleen in de wandelgangen los dat hij daarentegen een groene naam voor de gezamenlijke lijst zou verwelkomen. De bescheiden Alexander moet achter de schermen heel wat gelobbyd hebben bij zijn partijgenoten om ‘groen’ toch geaccepteerd te krijgen. In de PSP heeft hij zijn wil doorgezet, tegen een aanvankelijke meerderheid.

Het was de eerste oefening in zijn diplomatieke kracht die in het labyrint van de Europese politiek tot bloei zou komen. Alexander en ik verwisselden boompje, toen ik begin 1986 uittrad om weer prettig gemeenteraadslid te worden.

Je moest die tijd een stekelvarken zijn om in het Europees parlement om niet onder de frustraties te bezwijken.

Het parlement had nog geen macht. Je moest wel voortdurend van het ene hotel in Brussel, Straatsburg naar het andere in Rome of Londen; je wist nooit direct waar je was als je ‘s ochtends ontwaakte. Maar Alexander kreeg het te pakken van de strijd tegen de luchtvervuiling door auto’s, tegen de zure regen, de stikstofvervuiling en de fosfaatbelasting van het water. Ook als het niets uithaalde, wat meestal het geval was. Hij ging houden van de schijnbaar hopeloze knokpartijen tegen de industrie, die in Brussel 100 maal sterker lobbyde dan de milieubeweging. De media besteedden geen lettertje aan onze hardnekkige pogingen een reusachtige steen de berg op te rollen, die steeds weer naar beneden kletterde voordat hij bij de top was.

Maar Alexander hield vol. Hij ontwierp jarenlang de ene motie na de andere en was ook creatief. Hij bedacht de ecotax, de milieubelasting op producten die eerst uitgelachen, maar in het paarse kabinet Kok stiekem ingevoerd werd. Zonder een bloemetje aan Alexander.

DOMPTEUR

Vijf jaren was Alexander een motor van het streven om de kleine linkse partijen ook in Nederland te doen samensmelten tot één krachtige beweging.

Als echte partijtijger reisde hij alle congressen af, om de linkse partijtjes bij elkaar te brengen. Hij deed dat samen met een bende die in het geheim ten huize van Nel van Dijk, gepeperd communistisch feministe, in Sittard bijeenkwamen onder de schuilnaam ‘FC Sittardia’.

Alexander verstond die moeilijk kunst in een omgeving van gevleugelde stokpaardjes berijders - de Spekkianen in de PSP waren berucht - om hen hun gemeenschappelijk belang te doen begrijpen. Ook als medewerker van twee groene Duitse parlementariërs die heftig met elkaar rivaliseerden, kon hij verzoenen. Sterk staaltje, dat hij toeschrijft aan zijn rustige karakter. Een bekende collega die hem dit kunststukje zag volvoeren noemde Alexander een ‘dompteur’, om de behendigheid waarmee hij de twee grommende leeuwinnen tot samenwerking te vermocht te bewegen.

Zo iemand wil je dolgraag in een fractie - vaak een slangenkuil van tegenstrijdige ambities - hebben. Omdat Alexander een en al teamgeest en toewijding aan de zaak is.

Zo lukte het hem ook, met de anderen van FC Sittardia (die in principe dezelfde ploeg was als die in 1984 het Groen Progressief Akkoord gesticht had) om uiteindelijk GroenLinks tot stand te brengen.

Het was een persoonlijk succes van de groene doorzetter. We schreven het jaar 1990, het jaar van de Wende. Niet toevallig in dat jaar lukte het om tot eenheid te komen, lijkt me, omdat toen het communisme over de kop gegaan is. Enerzijds waren de meeste communisten van hun geloof gevallen of smeekten om vergeving voor hun halsstarrig sectarisme. En anderzijds de tegenstanders van het communisme, binnen zowel de PPR als de PSP, geen angst meer voor overheersing door stalinisten meer voelden. Wij zagen met plezier dat bij de CPN vurige feministes de gestaalde kaders vervingen. Meindert Fennema,, langdurig intellectueel lid van de CPN, bekende zelfs dat hij jarenlang lid van een ‘club van massamoordenaars’ was geweest.

EUROPARLEMENTARIëR

Alexanders autobiografie laat zich tegelijk lezen als en geschiedenis van de groene partijvorming. In de wereld. Niet alleen in Nederland, want Alexander dacht Europees en eigenlijk mondiaal.

Hij studeerde vrijwel onophoudelijk. Chemische technologie in Delft en politicologie in Amsterdam tegelijk. Ideologisch heeft hij zich in de jaren tachtig losgemaakt van zijn aanvankelijke marxisme, omdat hij inziet dat het geen zin heeft alle grote bedrijven te nationaliseren, maar wel om groene tegenmacht aan de kant van de overheid te organiseren. Hij wordt een echte realo. Als Europa een sterke eenheid is, weet hij al jong, zal het de grote bedrijven grenzen stellen, sociale en groene. Uiteindelijk ziet hij dat ook gebeuren nu de EU de grote tech bedrijven aanpakt.

In 1999 komt zijn kans, hij wordt nu zelf Europarlementairiër. Bovendien vice-voorzitter van de belangrijke milieucommissie. Hij zet zich in voor de katalysator van de auto, voor recycling van de auto door de autoindustrie zelf, wat een heftige strijd is. Nog Bondskanselier Gerhard Schröder, breed voor het machtige Volkswagen concern, trachtte zijn SPD-ers in het Europarlement daarvan weerhouden. Maar uiteindelijk lukt het.

‘Groene politiek verslaat industrie!’ juicht Alex.

Maar er steekt een nieuwe, haast ongrijpbare bedreiging de kop op: klimaatverandering.

Hij tracht zonne- en windenergie te bevorderen en strengere regels te stellen voor het gebruik van fossiele brandstoffen. En het Verdrag van Kyoto te redden van de ondergang door de tegenwerking van Anerika.

Het lukt hem en anderen om Rusland, wat eigenlijk de opwarming nog wat sneller zou willen om de Noordpool te kunnen bezetten, door een politieke deal zich toch achter Kyoto te stellen, in ruil van de steun van de EU om Rusland te laten toetreden tot de World Trade Organisation. Als Kyoto met kunst en vliegwerk is gered. wordt het vervangen door het Verdrag van Parijs en dat onlangs weer door dat van Glasgow, dat vertwijfeld blijft streven naar beperking van de opwarming tot anderhalve graad Celsius.

Alexander toont zich optimistisch. Hij meent dat de klassieke problemen van water- en luchtvervuiling al min of meer onder de knie zijn, dat het stikstofprobleem zal worden opgelost en uiteindelijk zelfs, , rond 2060, het klimaatprobleem. Alleen de strijd voor het behoud van de resterende biodiversiteit baart hem grote zorgen.

Is dat optimisme gerechtvaardigd? Als je ziet hoe snel het ijs op de Noordpool smelt? en dat dit tot een zeespiegelstijging van 5 tot 8 meter kan leiden? En als je leest dat het grondwater door pesticiden en kunstmest vervuild raakt, dan is het zeer de vraag of het drinkwater z’n zelfde kwaliteit kan behouden. Atoomenergie heeft z’n tijd gehad, want het is veel duurder geworden dan zon- en windenergie stelt de schrijver. Toch ruikt die industrie nu z’n kans omdat atoomenergie geen CO2 uitstoot. Onze oudnieuwe regering wil ermee aan de slag alsof er geen radioactief afval bestaat.

Maar het optimisme van Alexander heeft het voordeel dat de activisten voor de natuur en het klimaat niet radeloos worden van het bla-bla-bla van regeringen die beloven maar weinig doen.

VISIE

Alexander is niet alleen een bewogen activist, hij heeft ook een omvattende visie.

De negentiende eeuw ziet hij als de eeuw van het bevechten van liberale verworvenheden, zoals vrijheid van spreken, schrijven en vergaderen. Van de opkomst van het parlementarisme; de eeuw van de bourgeoisie die die het feodaal gezag steeds verder terugdringt. De twintigste eeuw is, zegt hij, de eeuw van de sociaaldemocratie, die zorgt voor de arbeidersklasse en de verzorgingsstaat opbouwt. Vanaf 1970 zet een nieuwe eeuw in, de groene.

Daarin ontstaan de groene partijen die eerst alarmeren over de milieuverwoesting, maar dan langzamerhand erin slagen de milieuproblemen te beteugelen. Nu, halverwege. ziet hij de groene partijen langzaam aan de sociaaldemocratie overvleugelen. Groene partijen zullen, zegt hij, in toenemende mate in de regeringen dringen en de planeet redden.

Na het verschijnen van Alexanders boek behaalde de sociaaldemocratie in Duitsland de overwinning, Maar het is waar dat Die Grünen nu een vooraanstaande rol spelen in de machtigste regering van de EU. Wat Alexander buiten beschouwing laat is dat dictatoriale mogendheden zoals Rusland en China in deze eeuw veel sterker zijn geworden dan zij aan het eind van de twintigste eeuw waren. En aangezien de groene bewegingen in dictatuurstaten geen schijn van kans krijgen is optimisme mooi, maar vooral gerechtvaardigd omdat het een strijdbaar en sterk gevoel geeft.

Ik zou mezelf niet geweest zij als ik Alexander niet gevraagd had of zijn groene eeuw niet al was ingezet door Provo en de Kabouterbeweging, al vanaf 1964, met onze witte fietsen, witte schoorstenenplan en biologische landbouw. Dat geeft Alexander grif toe, maar het is randkritiek. Hij heeft zonder meer gelijk dat vanaf ongeveer die tijd er een kentering is ingezet in het denken over de verhouding tussen economie en milieu. Het economisch belang bleef overheersen, maar de argumenten voor een ecologische economie, meer op kwaliteit gericht en minder op kwantiteit, zijn steeds sterker gaan wegen.

Alexander houdt zich niet alleen met het lot van de aarde bezig, maar hij is ook sociaal bewogen. Hij strijdt al decennia voor de invoering van basisinkomen en is al sinds 2016 voorzitter van de Vereniging voor Basisinkomen.

WARM

Als je het boek van Alexander leest zie je een voorbeeldige vechter voor de groene idealen voor je. Beter kan haast niet. Intelligent, vastberaden, volhouder. We hebben veel aan zijn werk te danken. En de provincie Gelderland profiteert nog steeds rechtstreeks van zijn werkkracht en inzicht. Die provincie mag zich in de handen knijpen dat een man met zoveel ervaring en geslepenheid daar adviseur is voor milieu en natuur. Die hebben Alexanders hart en dat gloeit door je heen als je zijn boek leest.

Warm aanbevolen!

Tenslotte nog dit. Alexander is totaal bij de pinken. Twee schaakpartijen hebben hij en ik gespeeld. Net als in de onderhandelingen voor het Groen Progressief Akkoord was hij heel bescheiden begonnen met te zeggen dat ik beter speel. Maar met formidabele zetten won hij beide partijen, alsof ik de rode Frans Janssen was.

Ik voorspel dat hij tot diep in zijn groene eeuw een richtinggevende rol zal spelen.

“Halverwege de groene eeuw 1970-2070’, politieke biografie van Alexander de Roo, Brave New Books 2021 https://www.bravenewbooks.nl/.../index/id/alexanderderoo

Het boek is te bestellen via Brave New Books voor € 14,99.

Afbeelding bij ‘De groene eeuw van Alexander’ Link: bravenewbooks.nl